Contact

Northedge B.V. 
Oosthaven 15-16 
2801 PC Gouda 
The Netherlands 
T 31 (0)182 684545 

W www.northedge.nl 
Tw @PeterNoordhoek 

Blog Archief

Men moet Gouda prijzen!

Zo sprak, gebiedend en met luide stem, Joost Reichenbach, niemand nog een keuze latend. En dan mag het niet verbazen dat hij tot de nieuwe stadsdichter van Gouda werd gekozen. Na de fantastische en ‘verbindende’ Hanneke Leroux, krijgen we een man met een uitgesproken beelden, woorden en mimiek. Hij is letterlijk en figuurlijk groot en extravert, waarmee ik denk dat zijn stadsdichterschap dat ook zal zijn – wat weer prima past bij een beweging waarin de poëzie in Gouda groot en extravert is geworden. Als voorzitter van de ministichting die de stadsdichtersverkiezing organiseert, prijs ik mij gelukkig.

Tevreden achterover zakkend (kort hè, Noordhoek, kort), vind ik het wel leuk om even stil te staan bij het gegeven dat deze stadsdichtersverkiezingen vlak voor de raadsverkiezingen zijn gehouden. Wat zijn de overeenkomsten, wat de verschillen? Ik merk dat beide verkiezingen in een stad als Gouda (‘Men moet Gouda prijzen!’ Ja, Joost) naar elkaar toe groeien. In ieder geval hadden we voor de stadsdichtersverkiezingen de 4 resterende kandidaten een extra opdracht gegeven: maak een gedicht over het thema ‘kiezen’, elk naar eigen inzicht te interpreteren.

Chris Bellekom deed dat beeldend door in zijn laatste zin over ‘kies-pijn’ te spreken:

‘Als ik kiezen kon / koos ik je leven leedvrij / niet kapot geleefd / gespoten geslagen gekozen / dan kies ik je vernieuwd / kies ik je jong en brutaal / dan mag je opnieuw schreeuwen / seks en sigaretten en wij / groen en een scheut kiespijn’

Udo Doedens zei letterlijk:

‘Kiezen is een wek-woord … / Ik sudderde lang in onverschil / en droomde van niets / tot iets bij mij lispelde / ‘word een mens en kies’

Jeffrey van Geenen koos ervoor het thema de andere kant op te interpreteren:

‘Ik zit vast in een stemlokaal / tot de kiescommissie komt / de stembus sluit / Ik ben er uit / verkiezingskoorts voorbij / en eindelijk / eindelijk jij bij mij … / en ik /dit weekend / keuzevrij’

Joost eindigde vlammend:

‘Want als ik naar geloof verlang / Is eerst mijn beste keuze: vrijheid / van stemmen zonder dwang’

Het thema ‘kiezen’ was natuurlijk erg makkelijk gekozen, zo vlak voor de raadsverkiezingen. Maar je ziet hoe elke dichter dat weer op een andere manier kan kantelen en keren – en dit keer, met alle zenuwen, voor een groot publiek.

v.l.n.r. Udo Doedens, Joost reichenbach, Jeffrey van Geenen, Chris Bellekom

Bij gedichten komt dat grotere publiek niet vanzelf. Er was even een moment – nadat de gemeente de subsidie had beëindigd – dat het stadsdichterschap en eigenlijk het hele dichtgebeuren op de stichting hing. Die penibele situatie duurde maar kort. Het mooie is dat dit al lang niet meer het geval is. In de afgelopen jaar zien we dat een steeds grotere groep actief is geworden. Door je als kandidaat op te geven voor de verkiezing (14 kandidaten dit keer), maar ook door activiteiten te organiseren (Chris, proost!) of door domweg in forse aantallen te verschijnen als er weer ergens wat wordt voorgedragen wordt. Opvallend was de rol van social media. Drie maanden lang stonden Facebook en twitter vol van oproepen, gedichten, rivaliteiten en humor. Dat werkt wel. Ondertussen maakten boekhandel, bibliotheek en cultuurhuis elkaar sterker door een liefdevolle concurrentie en lieten de politici van Gouda merken dat deze verkiezingen hen ook niet koud lieten (er zaten er heel wat op en rond de tribune zaterdag). De stadsdichters zijn het gezicht en vaak de trekker achter de activiteiten, maar ook onze onvolprezen afscheidnemende stadsdichter Hanneke Leroux hoefde het niet allemaal alleen te doen. Zo bouw je aan een stad, zo bouw je aan een stad waar de poëzie leeft.

De keuze is gemaakt, de klus is weer geklaard. Terug naar waar het echt om gaat: het goede gedicht. Ook ik mag nu weer dichten en gedichten voordragen of publiceren en die wetenschap lucht op. Maar voordat ik dat ga doen, nog een terugblik. Wat is mij nu bijgebleven? Best wel veel, maar eerder beelden, stemmen en houdingen, dan woorden en regels. Ik leef om te leren. Van welk gedicht heb ik dan het meest geleerd? Het is een gedicht van Udo Doedens. Het gedicht ‘binnen’ vertelt iets wat ik in het abstracte al wist over de verschillen in de Westerse en Marokkaanse cultuur, maar hij laat het prachtig tot leven komen. Daarnaast boeit mij het verhaal dat iemand mij na afloop vertelde, dat toen Udo het gedicht begon voor te dragen, er een paar Marokkaanse jongens op de eerste verdieping van de bibliotheek begonnen te luisteren, wegliepen en er een aantal andere Marokkaanse jongen bij hadden gehaald om te luisteren.

Tot slot een bijzondere dank en een suggestie. De bijzondere dank gaat uit naar: Dick van Markvoort, Jan Graafland, Carolyt Koops en Hanneke Leroux. Een teamprestatie.

De suggestie is om te luisteren naar de band die ook op de stadsdichtersverkiezing speelde en nu zelf in de halve finale is van de grote Prijs van Nederland: Out of Skin. Ze zijn bijzonder en zijn te vinden op Spotify en elders.

Peter Noordhoek

Wie was Lubbers?

Wie was Lubbers? Ik weet het niet, ook al heb ik hem op vele manieren gevolgd. In een tijd dat er minder nieuwskanalen waren dan nu, maar al wel heel veel, was hij er altijd. Via kranten, tijdschriften en via televisie natuurlijk, maar vooral ook via zijn beleid, dat mij op allerlei momenten geraakt en geïntrigeerd heeft. Niet alleen omdat mijn afstudeerboek ging over deregulering, één van zijn beleidskinderen. Maar ook omdat zijn bezuinigen mijn baankansen hebben beïnvloed, positief of negatief. We studeerden voor werkloosheid in die jaren en dat kwam mede door zijn bezuinigingen. Aan de andere kant zorgden diezelfde bezuinigingen waarschijnlijk weer voor de ommekeer. En ook omdat ik in zijn jaren in militaire dienst zat en alles en iedereen verscheurd was door de kruisrakettenkwestie. In veel huiskamers ging regelmatig een neutronenbom af.

Dus op allerlei manieren bepaalde hij mijn leven en dat van iedereen om mij heen. Toch, eigenlijk heb ik nooit het idee gehad dat het nou allemaal zijn eigen beleid was, in de zin van de expressie van zijn persoonlijke overtuiging. Dat was niet zo. Hij kwam niet met beleid, hij kwam met oplossingen. Er was een probleem, hij dacht even mee, en hop, daar was de oplossing. Pas veel later, na zijn aftreden, begon ik door het lezen van wat teksten van hem – veel in reactie op Marga Klompé – te geloven dat het hem ernst was geweest, dat er wel degelijk een diepere laag van overtuiging was. In zijn jaren van regeren heb ik hem, zo moet ik bekennen, ook als christendemocraat, nooit helemaal vertrouwd. Of beter gezegd: nooit spontaan vertrouwd. Hij bewees zichzelf namelijk wel. Keer op keer. En misschien had ik beter moeten weten. Want de man die naar de Houtrusthallen toeging, naar het hol van de leeuw, moet een harde kern hebben gehad. Maar ik denk dat ik niet de enige was die gedurende het premierschap altijd twijfelde over zijn diepere bedoelingen.

Op meerdere momenten heb ik hem ook van dichtbij meegemaakt, vooral tegen het einde van zijn premierschap. Op vele congressen, maar ook op uitslagenavonden heb ik hem meegemaakt (inclusief geweldige omhelzing door de Surinaamse echtgenote van zijn maat Jan de Koning, op een van die bijzondere uitslagenavonden). En zelfs heb ik hem gezien op die ene avond, zojuist weer in het journaal teruggezien, dat Lubbers zei dat hij zijn stem zou geven aan Ernst Hirsch Ballin. Velen hebben geschreven dat hij daarmee het mes in de rug van Brinkman stak. Daar kwam het natuurlijk ook op neer, maar ook als ik het nu terugkijk, denk ik dat hij op dat moment eerder totaal onthecht bezig was, dan met een prinsenmoord. Hij leefde op dat moment in zijn eigen wereld, wist misschien niet eens zelf meer wie hij was. De strakke, altijd drie stappen vooruitdenkende macher was weg. Een impulsief reagerende Lubbers liep over Esscheriaanse gedachtentrappen die altijd weer bij hemzelf uitkwamen als enige gekwalificeerde premier. Zo tragisch – en niet alleen voor hemzelf. Omdat je er zelf bij bent geweest – een verkiezingsavond van het CDA Zuid-Holland, ergens in een bijna onvindbaar zaaltje in een buitenwijk – maakt zoiets natuurlijk extra indruk. En toch is het niet moeilijk om terug in de tijd te gaan en sterk onder de indruk van de man te zijn.

Lubbers kwam aan de macht toen ik van mijn militaire dienst naar de universiteit ging. En bijna gelijk leek er wat te kantelen. Meer dan we ons nu kunnen voorstellen. Van de chaos van Van Agt en Wiegel (en dat was het), kwam er opeens een lijn in. Er werd richting gegeven, op het gaspedaal gedrukt. Allemaal onder leiding van die voorheen zo wollig sprekende man. Ik denk dat het buitenland het eerder door had dan wij, of laat ik voor mijzelf spreken: opeens las ik in de Economist en Time over het einde van de ‘Dutch disease’ en was Lubbers een voorbeeld voor Thatcher. Wat een gigantische omkering. Allemaal onder zijn leiding. Wie het ook was, die Lubbers, hij had wel heel veel in zijn mars. Ik heb veel aan hem te danken. Ik denk wij allemaal.

Ergens in een klus zou een (auto)biografie van Lubbers moeten zijn, met Theo Brinkel als degene die de pen vasthield. Ik zou het nog graag willen lezen, maar ik weet bijna zeker dat ik na lezing nog steeds niet zal weten wie Lubbers was. Het maakt niet meer uit. Goede reis, Ruud Lubbers.

Peter Noordhoek

The need to slow down Artificial Dumbness (AD) in the stock market

A combination of algorithms can become artificial intelligence (AI) when they show they can learn. When that same combination leads time after time to damage – damage that could have been avoided – you get Artificial Dumbness (AD). My statement here, is that the stock market is ruled by AD. And not just recently. And as we humans are really the dumb ones here, I want to put the issue of the digitization of the stock market on the agenda of society in general and of the (financial) regulators in particular. I am no more than an ordinary stock holder, and I have little to complain about, but maybe you should hear me.

1987: a big digital scare

I can remember the crash of 1987: Black Monday. It was before the days I had stocks, and I was mildly amused when I saw a grown man cry over his loss of money after the DOW went down with record speed. Don’t you know stocks can go down too? That slight nastiness on my part changed when it became clear that the speed with which the market had turned was perhaps more due to the way computers were programmed then to his decisions. That sounded rather unfair to me, and I voiced this to anyone willing to listen (not many). It was the first time computers truly aggravated a crash and turned that crash global within 24 hours. In later years, I was more or less satisfied with the idea that when a share went down too fast, trade could be suspended for a day or so. The digital multiplier effect seemed under control, more or less. If the stock market is a car, then cutting the cord to the gas pedal regularly helped to slow things down. But I did not fully trust the assurances.

2007: the digital monster we dear not look in the face

I was a stockowner by 2007. Having learned that it was wise to spread my portfolio I had (and have) done so: one weighted portfolio run by professionals, one weighted portfolio with ‘smart’ trackers and one portfolio build up by myself. I am happy to say that this last portfolio outperforms the other two, but please do not follow this example of ‘monkey-smartness’, as I managed to buy stocks in a bank just a week before the great crash of 2007. That was the last time I considered myself an expert. But the real shock was not what happened with my stocks, but what happened to the economy and the world after Lehman Brothers. I followed and debated everything intensely. I saw a host of measures being taken, among them measures to increase buffers, professionalism and ways of preventing fraud. Great, but I always had the feeling it missed this one big point: the role of the algorithms in ‘stop-loss’ and other decisions. In all the measures announced and debated in parliaments and boards, hardly ever was there a debate on this even making a byline in the media or the halls of politics. The impact of the speed of digital trading in the crucial days of the crash has been described, but hardly ever debated. Would the impact of the crisis have been the same without these algorithms? No way. If the stock market is like a car, then the algorithms kept on gassing its engine far beyond the initial crash, involving many other cars, all gassing and pushing themselves over the edge of the highway, ruining the highway in the process. What if the gas would have been cut for all these cars?

The stock market crash of autumn 2007 was no real surprise to me, as my interest in the role of algorithms had alerted me to what went on with the mortgages in the US, still I will never claim to belong to those who predicted the impact of the crash. I did follow from the first how fast the crash spread out from Wall Street and the role of automated decisions in this. Anxiously I waited for the regulators to address the issue, but in a way, I am still waiting. As a consequence I have also started to fear that we are undermining our democracy by not talking and addressing the more general issue of who owns the algorithms in or close to the public arena.

2018: a final warning?

It is now 2018. What happened last week with the stock market still seems small beer compared with the crisis of 1987 and 2007. The American stock markets moved from an expectation of almost none inflation to an expectation of very little inflation – et presto. This must have triggered a number of other anxieties, which in turn also impacted a new phenomenon, the Volatility Index. This in turn triggered a host of selling of which a news channels said, ‘that no human brain was involved’.

No doubt, many other factors were also involved in the big slide downwards, including the fact that the slide might have scared the large block new stock holders witless , also because of what was already happening to bitcoin (natural dumbness). Yet the fact that other markets like the valuta market did not join the slide and the fact that many experts cannot explain the slide from anything else but stop-loss mechanisms, suggests algorithm failure (artificial dumbness). We have not learned our lessons.

Please understand, I am not against a downturn as such. Nature and stupidity should run its course, nor can we prevent smart idiots from inventing financial instruments that are even more bonkers from a financial stability point of view than we already have. Anyhow, I believe conservative stock owners like me should not panic or change course immediately (on the condition of having evaded the temptation of bitcoin, of course). The point here is speed. Right at the moment that a crash should cause people to think, we have allowed ourselves digital constructions that far outstrip human thinking in speed. At the moment, the only option seems to suspend trade all together. In a real crash this might have the same effect as speeding your car while at the same time applying the brakes. Guess what happens?

So, let a crash happen where and when it does, but let’s be able to reverse gear at the moment a crash happens and reduce speed to something within human limits for at least a 24-hour cycle. In this I just prefer natural dumbness to artificial dumbness.

Action

This is what I would like to see happen:

  • Pretty soon we will all be our own personal bank, with our own monetary and financial spread of instruments. In technical terms, we are almost there. Good luck to the government that wants to chase us. Yet, for things like stocks we will always need sizeable trading hubs to get the necessary scale of economics. So, these markets and their institutions will by necessity anchor the financial market, and so are the inevitable focus of market regulation. The fall of stocks last week was excessive in relation to its cause. A cap would have been as justified as a cap on inflation.
  • Who ‘owns’ the problem? As it seems, not the writers of the algorithms, or not enough. It is not because I distrust (stock) market and banking regulators (well, a little), but on principle I think this is an issue for the monetary authorities in the world; the Federal Reserve Bank, The European Central Bank and others. They are the ultimate guardian of the financial system. The problem is that they are economist by nature and outlook. Digital security at the time of market crashes should be their domain. In terms of risks, the speed with which money flows through digital channels has become as vital as the speed with which money flows through trade channels. The latter is called inflation, let me call the first ‘digiflation’. Following not Moore’s law, but Slow’s law.
  • International Monetary Fund Managing Director Christine said today in Dubai, that we should ‘focus efforts on action that could prevent cross-market problems instead of paying more attention to certain entities or countries’. I appreciate her saying this, as she is leading the way with dealing with this issue, but I have little faith in the predictive capabilities of financial regulators to predict where the next Digital Bubble Machine (DBM) is coming from, while they do should be able to reduce the speed of trading.
  • What should the speed of a fall in stocks be? In technical terms, I recognize that this is probably not an easy question, if only for the fact that it would require a very intricate licensing system to be able to influence algorithms for all market players. Yet when someone can write algorithms, someone else should be able to scrap or overrule them. It’s not a challenge I should think is impossible, also given its importance.
  • At its heart, the problem is probably more a matter of communication than anything else. On the one hand, we still think we understand regulation, when in fact we cannot anymore; there is just too much of it. On the other hand, we assume we do not understand algorithms, when in fact we can always reduce them to a few parameters. In this case: I want the stock market to go back to the speed of a human talking or typing on a key board.

And so on. This is all just to put the issue on our common agenda, from which it slips away all too easily because we think this is something for experts and everyone else is the expert.

WOLF!

Please understand that I do not want this to be the blog of an old-fashioned man or doom sayer. I love information technology and the benefits it brings. I smile when an algorithm is better than any expert in predicting which startup has the most chance to succeed. I love the fact that I can save a lot of decision time by just following trackers. Nor do I have any ax to grind. I am no expert, let alone a guru. I am an investor with his eye on his pension and little else. This is a stock market dip I can easily handle (haven’t even called my stock broker), taking the long view, as always. Yet this is the third time I seriously feel like crying: “WOLF!!”. I do so, knowing that now there is probably still something to be done about the stock market algorithms. I fear that next time we have created the kind of Artificial Dumbness no one, with or without a brain, can correct anymore.

Peter Noordhoek

Weet u het al? De keuze bij het referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten

Op 21 maart a.s. gaan we niet alleen naar de stembus om een nieuwe gemeenteraad te kiezen, maar mogen we ook kiezen in het kader van een referendum. Meer precies: een referendum in het kader van de ‘Wet houdende regels met betrekking tot de inlichtingen- en veiligheidsdiensten alsmede wijziging van enkele wetten (Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017)’, of teel de Wiv – en door tegenstanders de ‘Sleepwet’ genoemd. Deze blog zet wat afwegingen op een rij.

Serieuze kiezers zullen zich realiseren dat ze eigenlijk te weinig van de nieuwe wet afweten om daar een goed oordeel over te kunnen geven. Je voelt dat veiligheid en privacy in zo’n wet op gespannen voet kunnen komen te staan, maar je wilt niet met alle winden meewaaien, dus wat doe je? Omdat ik vermoed dat mijn lezers best serieus zijn (anders hou je het niet uit, waarschijnlijk), hebben jullie net als ik al op de wet gegoogeld. Het valt mij niet tegen: er is veel en compacte informatie te krijgen van zowel voor- als tegenstanders. Ook de Kiesraad geeft nuttige info.

De aanvraag voor het referendum is zo’n 420.000 maal getekend (waarvan ruim 30.000 ongeldig). Ga je naar de website sleepwet.nl dan krijg je complete informatie van de tegenstanders. Dubbel vind ik wel dat in de 2e alinea de volgende zin staat: ’Er is geen enkele instantie of politieke beweging aan verbonden’ en dat direct daarna, in de volgende alinea staat dat het referendum gesteund wordt door partijen als Forum voor Democratie, DENK, SP en Partij voor de Dieren. Serieuzer, want minder politiek, vind ik dat ook een partij als Transparency International Nederland het referendum steunt.

Niet duidelijk is op de site van de voorstanders van het referendum dat het hier om een raadgevend referendum gaat. Gelet op de vele partijen die ontbreken op de website, inclusief de coalitiepartijen, is het logisch dat dit keer de raad van kiezer niet direct gevolgd zal worden. Dat stemt op zich niet vrolijk. We leven in een tijd vol wantrouwen en dan is een ‘nee’ tegen een wet altijd verleidelijk. Dan zal er dus een verlies-verlies situatie ontstaan voor de regering: wordt de uitslag van het referendum gevolgd, dan houden we een verouderde wet, maar wordt de uitslag niet gevolgd dan ontstaat er een ‘zie je wel, de overheid neemt ons niet serieus’ situatie. Uiteraard is dit een win-win situatie voor de meer extreme oppositiepartijen op links en rechts.

Zelf heb ik mij in een eerdere, door George Smiley geïnspireerde blog al voor de wet uitgesproken, maar vanwege het naderen van de datum van 21 maart en vooral vanwege de actualiteit, wil ik er nog een keer op terug komen. Allereerst om dat op zich het vanuit democratisch perspectief altijd verstandig is met een kritische blik te kijken naar inlichtingen en veiligheidswerk, maar in de tweed plaats omdat er afgelopen weken weer dingen zijn gebeurd waarvan ik vind dat we het belang ervan onvoldoende tot ons door hebben laten dringen. Om mijn ondeskundigheid iets te verminderen, heb ik er voor de zekerheid nog wat boeken en publicaties op nagelopen over spionage tijdens de Koude Oorlog. Hoe verhoudt zich dat met nu? het volgende laat zich vanuit recente publicaties dan op een rij zetten:

1         Cyber-aanvallen

Het is natuurlijk gewoon een groot succes voor de AIVD dat ze er lange tijd in geslaagd is om een Russische hack-operatie te infiltreren. Ze zijn er in geslaagd een primaire bron te worden voor de wijze waarop de Russen de Amerikaanse verkiezingen hebben beïnvloed. Chapeau. Het is en blijft waanzinnig dat dit vanuit Rusland überhaupt is geprobeerd om verkiezingen te verstoren. Het is allemaal ‘slechts’ digitaal en niemand raakt gewond, maar het voelt aan als de koude oorlogsdaden van voor de tijd dat de onderhandelingen in Geneve op stoom kwamen.

2         Amerika als onbetrouwbare bondgenoot

Wat moet je denken van een verenigde Staten waar niet alleen de politiek tot op het bod verdeeld is, maar waarbij overduidelijk de inlichtingen – en veiligheidsdiensten niet op dezelfde lijn zitten als de president? Waar onderzoek na onderzoek wijst op Russische ‘trouble making’, zo niet erger? Waar ondanks al deze signalen, er deze week een invulling van de boycot van Rusland komt die naar het lijkt tandeloos gaat worden? Je kan zeggen dat dit is om het bedrijfsleven niet in de weg te zitten en niet vanwege Russische druk, maar wat is nu nog de echte agenda van de Verenigde Staten als het om Rusland gaat?

Het Atlantisch bondgenootschap is altijd de kern geweest van het veiligheidsbeleid en dat zou zo moeten blijven, maar de glans raakt er zo wel vanaf, om het nog maar niet te hebben over de positie waar de Britten nu na Brexit in terechtkomen. Voor de Britten is het realisme van ‘Dunkirk’ dichterbij dan de pathetiek van het ‘Darkest hour’.

3         Europa als onaf bouwsel

Het lijkt mij dat veel meer dan in het verleden, de stemming in Europa nu wordt: samenwerken moet. De praktijk zal ongetwijfeld weerbarstig blijven – ik wil eigenlijk niet weten hoe erg het is. Het is aantrekkelijk om te denken dat het nu rustig met aanslagen is, duidt op betere samenwerking, maar daar is het nog te vroeg voor. Na volgende aanslagen zullen we ongetwijfeld opnieuw horen dat het om personen gaat die al langer op de lijst van verdachte personen stonden, maar waar niet bij werd ingegrepen. En wat voor terroristen geldt, geldt ook voor de grotere geopolitieke risico’s zoals we die lopen – en niet alleen vanuit Rusland. Afgelopen week vond ik een heel boekwerk in onze brievenbus contra de PKK. Nog verontrustender dan de pure, maar erg doorzichtige propaganda, was ook de wijze waarop het wetenschappelijk denken in diskrediet werd gebracht. De hele evolutieleer werd ontmanteld. Atatürk moet zich voortdurend omdraaien in zijn graf bij het werk van zijn opvolger – want dat het hier niet om een privé-initiatief ging was wel duidelijk.

Er is dus heel veel te doen voor inlichtingen en veiligheidsdienst op het Europese continent. Het is een onaf bouwsel, maar gelukkig wordt er wel gebouwd.

Weging

Als ik dit zo op een rij zet, dan is een update van de Wiv logisch. Vertrouw ik hiermee de inlichtingen- en veiligheidsdiensten om altijd binnen hun bevoegdheden te blijven? Dat is de verkeerde vraag. Nee, dat doe ik niet. Mensen die hun beroep baseren op wantrouwen – iets wat niet alleen voor spionnen, maar ook voor politiemensen, journalisten en wetenschappers geldt – slaan vroeg of laat door en de gevolgen kunnen ernstig zijn. De vraag is of het blokkeren van de wet een redelijk alternatief is. In mijn vorige blok heb ik aangegeven dat dit vooral een kwestie is van de vraag of je als burger voldoende vertrouwen in de rechtstaat hebt om er op te vertrouwen dat misbruik van bevoegdheden gecorrigeerde zal worden. Zelf heb ik dat vertrouwen wel, maar ik kan mij voorstellen dat dit vertrouwen ontbreekt. Voor die mensen heb ik nog twee extra argumenten.

Het eerste argument is een ongemakkelijke waarheid: we zijn in een digitale wapenwedloop bezig. Laat het bovenstaande maar tot je doordringen. Ik zie niet hoe het blokkeren van de wet de situatie verbetert. Bedenk daarbij dat de Wiv de diensten niet alleen meer bevoegdheden geeft, maar ook het toezicht verder verscherpt.

Het tweede en laatste wat wellicht gerust weet te stellen, is de aandacht die er nu op Europees niveau is voor privacy- en gegevensbescherming. Europa is ook op dit terrein met een update bezig. Als per mei van dit jaar de Algemene Verordening op de Gegevensbescherming (AVG/GDPR) in werking treedt, is dat voor mij een teken dat we over de hele linie bezig zijn de digitale veiligheid op een hoger niveau te krijgen. Het zijn dus niet alleen de veiligheidsdiensten die op een hoger niveau worden gebracht, ook de burgers zelf. Zou er slechts eenzijdig aan de bevoegdheden van de diensten of aan de privacy van de burger worden gewerkt, dan zou ik meer zorgen hebben dan nu.

Zorgen blijven er: ‘it’s a dangerous world out there’. Maar ten goede of ten kwade, dat referendum is er. Ook al heb ik nog het zuur in mijn mond van het laatste referendum over Oekraïne; niet stemmen kan voor een ware democraat geen optie zijn. Stem voor de wet.

Peter Noordhoek

Burgemeester en watersnood: verschillen in verantwoording tussen 1953 en nu

De foto van de rijzige man is van burgemeester van Heesen uit ’s-Gravendeel. Hij kijkt uit over zijn verdronken dorp. De foto is genomen op het balkon van het doktershuis op De Kaai. Omdat ook het gemeentehuis onder water staat, is het doktershuis op dat moment het crisiscentrum. Alles wat hij ziet en verantwoordelijk voor is, staat onder water. Het moet zijn zwartste moment zijn: door de vele doden is de rouw tastbaar in het dorp. Het zal in zekere zin ook zijn mooiste moment zijn. Omdat ’s-Gravendeel van alle rampplaatsen het dichtste bij de randstad ligt, zal er al vanaf de tweede dag Koninklijk bezoek zijn en is een niet aflatende stoet van militairen, bestuurders, journalisten en andere belangrijke personen die willen zien wat er is gebeurd, om vast gast Koningin Juliana maar niet te vergeten. Samen met de dokter is hij het gezicht van het dorp.

Toen ik opgroeide in hetzelfde witte huis waar hij toen stond, heb ik de foto’s wel bekeken (mijn vader werd in ‘59 de opvolger van Dr. Van der Bijl). Er is vast een moment geweest dat ik precies op dezelfde plek op ons balkon ben gaan staan, nadenkend over de vraag wat ik zou hebben gevoeld als ik daar had gestaan. Ik stelde mij voor hoe, in wat toen onze huiskamer was, het crisisberaad zou hebben plaatsgevonden, vol met moeilijke beslissingen en hoe dan de koningin opeens binnen stond om met iedereen te spreken, inclusief de oudste zoon van de dokter. Wat moet dat spannend zijn geweest.

Storm in 2018

Het is nu januari 2018. We hebben twee grote winterstormen gehad waarvan vooral de storm van 18 januari windsnelheden liet zien die met 1953 vergelijkbaar waren. Alle stormvloedkeringen zijn voor het eerst allemaal tegelijk in werking getreden. Best bijzonder. De video’s over weggewaaide mensen en opwippende daken zijn vast vaker bekeken dan die van de gesloten sluizen. Begrijpelijk. En waar we het echt over hadden, zijn de 66 vrachtwagencombinaties die van de dijk zijn gewaaid. Ondanks code rood! Hoe kan zoiets gebeuren. Schande. Wie is verantwoordelijk? Binnen 48 uur weten we tot op de euro nauwkeurig wat de stormschade is en wat daarvan door die vrachtwagens is veroorzaakt. Die krijgen toch zeker wel een stevige boete?! Een zaak voor een burgemeester lijkt dit niet. Er heeft er in ieder geen enkele het nieuws gehaald en dat moet dan toch de maatstaf zijn.

Nadenkend over overeenkomst en verschil tussen ’53 en ’18 kom ik niet alleen uit op het grote verschil in veiligheid, ook al vind ik dat we daar wel eens wat meer stil bij zouden mogen staan in dankbaarheid (hebben ze toch maar mooi aan al die plucheplakkers te danken). Ons korte termijngeheugen blijft allesbepalend. Het grootste verschil zit voor mij in hoe we over verantwoordelijkheid, schuld en boete denken.

Voor de ramp

Wie zich in de ramp van ’53 verdiept, valt met de ogen van nu (!) op dat niemand verantwoordelijk wordt gesteld voor de ramp die zich toen heeft voltrokken. De Hoeksche Waard en de burgemeesters daar, inclusief Van Heesen, lijken positieve uitzonderingen in het grootste bestuurlijk falen van na de Tweede Wereldoorlog, zowel voor als na de ramp. Voor de ramp: bestuurders, dijkgraven, Haagse en provinciale bestuurders allemaal hoe slecht de dijken er voor stonden of hadden dat kunnen weten. Zeker ook de burgemeesters. Je kan de oorlog de schuld geven, het gebrek aan geld, maar pure onwil en bestuurlijke kinnesinne hebben er ook toe geleid dat de situatie in stand bleef. In 1906 was er een stevige watersnood geweest, in de oorlog was Walcheren wel drie keer geïnundeerd, maar lessen over de kwaliteit van de dijken waren niet geleerd. Men had het kunnen weten, men wist het, maar tot de nacht gebeurt er niets. Soms hadden meerdere kernen maar één burgemeester en dan zou je het de burgemeester nog kunnen vergeten dat hij niet overal alarm liet slaan, maar teveel burgemeesters weigerden eenvoudig om hun bed uit te komen, of om anderen dan alarm te laten slaan.

Tijdens de ramp

Eén van de weinige instanties die de nacht zelf deed wat het moest doen was de KNMI. Zij zagen de storm aankomen en deden hun best de waarschuwing zo ernstig mogelijk te doen klinken: er komt ‘gevaarlijk hoog water’. Ze snapten ook dat die aanduiding niet concreet genoeg was. Helaas mochten ze geen andere aanduiding hanteren dan deze, gingen de zenders onherroepelijk op slot gedurende de nacht. Er waren slechts dertig instanties in het Noordzeegebied geïnteresseerd in de stormwaarschuwingen van het KNMI en daarvan zouden er uiteindelijk slechts een drietal voldoende geïnteresseerd blijken in de inhoud van het bericht om er actie op te nemen. Daaronder was gelukkig ook de dijkgraaf van de Hoeksche waard. Mede door die alarmering behoorde Van Heesen tot de kleine minderheid van burgemeesters die al voordat het water om halfdrie ’s nachts haar hoogste punt bereikte maatregelen aan het treffen was, zoals het afsluiten van de havenmuur van De Kaai voor het doktershuis met vloedplanken, maar ook: een wijk die tegen de hoge rivierdijk aanlag, de Nest, te gaan ontruimen. Dat pakt deels dramatisch uit: een deel van de wijk stroomt uit richting het doktershuis en daarvan weer een deeltje richting de Molendijk. En juist de Molendijk, een binnendijk, zou later die nacht het zwaarst getroffen worden. Die nacht vielen er 39 doden in het dorp, waaronder alleen al 20 uit één huis aan de Molendijk. Ook vooruitzien beschermt niet altijd tegen falen. In 2018 zouden we treuren om een vrachtwagenchauffeur die om het leven kwam omdat hij zijn truck uit was gestapt om een tak te verwijderen en daarbij een andere tak op het hoofd kreeg. Triest, maar wel van een totaal andere orde dan bijvoorbeeld zo in ‘s-Gravendeel gebeurde.

Maar in ’s-Gravendeel was men in ieder geval wakker toen de ramp uitbrak en dat was meer dan je op de meeste plekken kon zeggen. Het verhaal van de ramp zoals Slager dat in 1998 heeft opgeschreven ook een verhaal van bureaucratisch falen waar je bloed van gaat koken als je het leest. Positieve verhalen als die bijvoorbeeld over de Hoeksche Waard lijken vooral bedoeld om te laten zien hoeveel burgemeesters besluiteloos bleven, hoeveel wethouders liever vluchtten dan hun handen uit de mouwen te steken, hoeveel militairen zich verscholen achter de commandoketen en arbeiders zich achter hun cao. Je kan er een lijst van eindeloos falen van maken. Dat kan.

Niemand wil het weten

En dan het opmerkelijke: niemand wil over falen weten. Niet over vooraf, niet over tijdens. Toen niet en later niet. Dat wordt heel breed gedragen en niet alleen door de betrokken bestuurders. De schuldvraag wordt hoogstens gefluisterd. Iemand stelt in de Tweede Kamer de vraag of er niet een parlementaire enquête moet komen, maar die persoon wordt weggehoond. Kranten staan ook niet open voor kritische vragen van hun eigen journalisten. Burgers lijken ook geen lastige vragen te willen stellen. Publicaties van de ramp gaan uitsluitend over hoe erg het was, hoe we er weer boven uitkomen, wie de helden zijn (primair de Koningin; in die dagen volstrekt terecht). Niet: hoe heeft dit kunnen gebeuren, hoe had dit kunnen worden voorkomen, wie draagt hier de verantwoordelijkheid? Als in 1978 (ex)minister Jan Terlouw een boek schrijft over de Oosterschelde, dan bestaat de basis voor zijn beschrijving van de ramp nog uitsluitend uit onkritische overzichtsboeken. Nog meer dan in de geschiedschrijving over de oorlog, zou in verhalen over de watersnoodramp het eigen ‘foute’ of zelfs maar ‘grijze’ element ontbreken. Alles was de straf van God of onze eigen verdienste om er weer bovenop te komen. We gingen de Deltawerken doen, we gingen vechten over open of gesloten caisons, en dat was het. De boeken bleven dicht, tot Slager kwam, vijf-en-veertig jaar later.

Ook in mijn oude dorp zijn dingen gebeurd die niet konden. Mij staat nog het meeste bij, dat een deel van de zwaar gereformeerde gemeente in ons dorp weigerde om lichamen te helpen bergen. Het was immers zondag. Dat verhaal was een vroege test voor mijn geloof. Maar er was nog meer waar ik de vinger niet achter kreeg toen ik in de jaren negentig onderzoek deed voor een boek over de ramp. Er had wel wat meer verantwoording mogen zijn. Je weet niet wat mensen naar elkaar toe hebben uitgesproken, maar zeker op schrift ontbraken de lessen en is toch vooral alles zo opgeschreven ‘dat niemand beschadigd raakte’. Dat kwam er op neer dat het stil bleef. Daar ben ik, zo realiseer ik mij nu, in mee gegaan, ook door ervoor te kiezen om de romanvorm te gaan hanteren.

Dilemma

En dat brengt mij bij het Dilemma van de Dag. Ik ben genoeg kind van mijn tijd om grote moeite te hebben met het gebrek aan verantwoordelijkheid nemen voor wat er mis is gegaan. Je kan alles op God of de natuur gooien, maar in feite was veel van de ramp vermijdbaar. En door zo totaal om de donkere kant van je verleden heen te lopen, doe je uiteindelijk ook degenen die het wel goed hebben gedaan tekort. Het kan niet anders of juist de burgemeesters uit die tijd hebben hard hun best gedaan ‘het dicht te houden’. Tegelijk ben ik er ook van overtuigd dat onze huidige verantwoordingscultuur niet zaligmakend is. De verbetenheid waarmee alles aan een onderzoek onderworpen wordt, het direct stellen van schuldvragen, de routine waarmee het touw wordt getest waaraan Barbertje kan gaan hangen; het is van een zuiverheid die een zeer onzuivere nasmaak achterlaat.

Daarom kan ik een eind meegaan met de mensen die zeggen dat je niet alles hoeft te weten en dat wonderen beter genezen als je ze niet voortdurend gaat openkrabben. Zolang je maar wel blijft nadenken bij de volgende crisissituatie. Ik kijk nu bijvoorbeeld met bewondering naar de burgemeesters in het zuiden van land die de criminaliteit daar durven te benoemen, tot en met de integriteitsschendingen in de gemeenteraad. Het is bijna grappig. De meest alerte en dapperste burgemeesters in ’53, hadden bijna allemaal een achtergrond in het verzet: die wachtten niet totdat ze van anderen het alarm kregen. Mijn beeld van de burgemeesters in het zuiden is dat zij nu de verzetsleiders zijn tegen de criminaliteitsgolf daar. Steun ze!

Eb, vloed en een tik tegen je hoed

Wat blijft is mijn verwondering over hoe groot en totaal de ommekeer in openheid en verantwoording is en waar deze toch vandaan komt. Soms denk ik dat het te maken heeft met de Deltawerken en het vertrek van eb en vloed uit de dorpen aan de kust. Tot mijn 10e wist ik altijd of het op- of afgaand tij was en dat deed wat met mijn kijk op de dingen. Wie weet hoe zoiets doorwerkt op je besef van veiligheid achter de dijken. Het andere aspect, minstens zo belangrijk, is het Vertrek van het Gezag uit Holland. Burgemeesters, dorpsartsen; ze waren iemand. Die faalden niet en als ze toch faalden, dan faalden ze niet.

kijk naar onderstaande foto, genomen vanuit de eerste verdieping van het doktershuis door mijn eigen vader in de vroege jaren zestig. Je ziet vanaf rechts een deel van de muur lopen die bij hoogwater het dorp afschermde van het hoge water. In de inkepingen op de kop van de muur werden de vloedplanken gedaan, ook in de nacht van 1 februari 1953. Het hoge water kwam ook nog na die datum tot op die drempel. Totdat de zee werd afgesloten, eb en vloed verdwenen en even later de haven zelf verdween achter de buitendijk. Let ook op de vrouw die daar met twee kinderen aankomt. Dat zijn mijn moeder met mij en mijn broer Paul aan de hand. Een oudere man tilt zijn hoed op, want dan deed je naar de vrouw van de dokter. Ook dat gedrag zou minder dan tien jaar later verdwenen zijn – tot vreugde van mijn ouders, overigens, maar daar stopten de verandering natuurlijk niet mee. Mijn beeld is dat de vloed van 1953 heel veel meer heeft meegenomen dan gedacht. Wat we daarvan vinden, moeten we maar zeggen.

Peter Noordhoek

Recent gaf ik aan mijn dissertatie te hebben voltooid. Deze wordt nu beoordeeld. Het is een dissertatie die een valse start heeft gekend in 1985. Tot aan 1990 heb ik er hard aan gewerkt, maar toen bleek de combinatie met mijn werk te zwaar. Om mijzelf te tonen dat ik wel in staat was een grote tekst te schrijven, schreef ik toen ‘Klappen op het water’. Deze roman beschreef op vrije wijze wat er in en rond de watersnoodramp kan zijn gebeurd. De roman kwam af, is door aardig wat mensen geleerd, maar nooit gepubliceerd. Nu mijn dissertatie af is … wie weet.

Wat literatuur:

Rien Allewijn – Een zee van water. Februarivloed 193 over de Hoeksche Waard en het eiland van Dordrecht. Klaaswaal, 1983.

Historische Vereniging ‘s-Gravendeel – Om nooit te vergeten. Een terugblik op de watersnoodramp van 1953 in ‘s-Gravendeel. Eigen uitgave, 2003.

Kees Slager – De ramp. Een reconstructie. Uitgeverij De Koperen Tuin, 1992.

Kees Slager – Watersnood. De Buitenspelers, Ouwerkerk, 2010.


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek