Omdat alles naar de sterren leidt.

Verkiezingen zijn best belangrijk. Het eigen werk nog meer, net als al die andere dagelijkse dingen. Maar laten we niet uit het oog verliezen wat er de afgelopen weken boven ons hoofd is gebeurd. Ver boven ons hoofd. Daar waar de sterren schijnen, het heelal is, daar waar raketten heengaan. Deze blog staat in het teken van mijn persoonlijk verwondering over het feit dat er zo weinig verwondering over is geweest. Zoals een dichteres* schrijft:

‘Een olifant lijkt pas de olifant die hij
daadwerkelijk is wanneer u
wegens kijken door een sleutelgat
een groot deel van hem mist.’

We hebben door ons sleutelgat dingen voorbij zien komen die ons een prachtig beeld hebben gegeven van de omvang van de olifant die ons heelal is: het nieuws over de gevonden planeten die op onze aarde zouden kunnen lijken, de plannen voor de missie naar Mars, het bericht over het grote zwarte gat. Ik vraag me af wat berichten als deze met ons doen. Zijn het zaken die letterlijk en figuurlijk op afstand gebeuren? Een beetje zoals berichten in de randen van een matige science fiction film op televisie? Is het aanleiding voor matige grapjes op twitter (“Wij stellen de volgende naam voor bij het zwarte gat: Trump”) of op Loesjeposters. Leidt al dat nieuws wellicht tot intense gesprekken bij het kopieerapparaat (een apparaat dat er net als uw computer er mede gekomen is door ruimtevaarttechnologie)? Waarschijnlijk weinig van dat alles. Het buitengewone lijkt te gewoon geworden om het gewone leven te raken.


Hoe u er mee omgaat, is uw keuze. Voor mijzelf voelt mijn onachtzame reactie aan als een soort verraad aan mijn jongere zelf. Wat wilde u worden toen u vroeger klein was? Ik ontdekkingsreiziger, althans, tot op het moment dat ik ontdekte dat Afrika al ontdekt was en dat dierentuinen al vol met geeuwend getemde leeuwen zaten. Het alternatief ging omhoog.

Raketten fascineerden mij al vanaf de tijd van Kuifje. En toen ik in die zomernacht van 1969 wakker werd gemaakt om midden in de nacht de maanlanding mee te maken, ervoer ik dat niet alleen als bijzonder, maar ook als logisch. Logisch vanuit de grote woorden die er waren gesproken, logisch vanuit de race met de Russen. Logisch vanuit de jonge jongens logica. De volgende dag gingen ik en mijn broer door met het bouwen van onze raketten van lego. De grotere schok kwam toen bleek dat je veel wiskunde moest beheersen om met raketten te mogen vliegen. Dat ging mij verontrustend slecht af.

Maar net op het moment dat ik die droom uit mijn vingers voelde slippen, bracht een dorpsgenoot mij in contact met de schrijvers van science fiction. In een korte periode maakte ik met alle grote namen kennis – Orwell, Asimov, Heinlein, Le Guin, Dick, noem ze maar. De combinatie van wetenschap en creatief vooruitkijken was onweerstaanbaar. En zo zag ik mijzelf alsnog naar de sterren gaan. Alles wat later op film kwam, zag ik eerst uit de letters in mijn boek opstijgen en meer. Eerst was er Asimov, toen waren er robots. Eerst was er Dick, toen waren er computers. Eerst Le Guin, daarna emancipatie. Eerst Orwell, daarna big data. En achter dat alles de drang om naar andere werelden te gaan.


Althans, bij mij. Bij de meeste anderen niet. Waarom in ruimtevaart investeren als we nu geld voor ziekenhuizen nodig hebben? Waarom voor miljarden telescopen in Chili bouwen als we nu de armoe in onze steden niet zien? Waarom raketten naar Mars sturen als we de kruisraketten niet uit onze achtertuin kunnen krijgen? Teveel vragen als deze maken stil. En dan komt de genadeklap: het ongeluk met de Challenger op 27 januari 2017. Je voelde de laatste energie uit de woorden J.F. Kennedy wegvloeien. Met de rookpluimen waaierde de ambitie weg en kwamen alleen nog maar pragmatische argumenten op tafel: we leren het effect van de zwaartekracht, we ontdekken nieuwe materialen, het is goed voor de Russisch-Amerikaanse samenwerking. Enzovoort, enzonergens. We leerden steeds meer, we kwamen steeds minder in beweging. Een beetje zoals we nu drones inzetten in plaats van de echte oorlog te voeren. Natuurlijk is het veiliger, maar soms is veiligheid een misverstand. Vasthoudend, maar niet zonder desillusie, schreef ik als student dit gedicht:


En dan toch, onverwacht, lijkt het erop of ik toch nog word ingehaald door andere dromers. Wat heerlijk. Misschien komt het doordat al dat noeste werk, al dat bit voor bit, ruissignaal na ruissignaal, eindelijk kon resulteren in een aantal doorbraken. Misschien komt het doordat Elon Musk bij het overlijden van David Bowie nog één keer te vaak zijn ‘Is there life on mars?’ hoorde. Hoe dan ook, de ontwikkelingen gaan opeens weer snel. En misschien – en dat is wat ik hoop – we weer de kracht van dromen ontdekken. Of hebben we gewoon weer een sleutelgat ontdekt waardoor we de olifant weer zien. We zijn te cynisch voor een Kennedy of Obama geworden, maar willen de wereld ook niet overlaten aan een Johnson of een Trump, en daarom werken we zonder collectief signaal nu wel aan een gezamenlijk ideaal. Omdat alles naar de sterren leidt.

Peter Noordhoek

* Ester Naomi Perquin. Uit: Meervoudig afwezig. Van Oorschot 2017.

Uitslagenavonden

Van uitslagenavond naar uitslagenavond: een ooggetuigeverslag.

Komende woensdag, 15 maart 2017, mogen we stemmen en dan komen de leden van de partijen bij elkaar voor elk hun eigen uitslagenavond. In hoop en vrees verzamelen kandidaten, campaigners en partijgenoten zich in zalen die of te groot of te klein zullen blijken te zijn, aangevuld door mediamensen en inhakers die hopen op een fotogeniek feest of een car crash. Vanaf 1990 heb ik er velen meegemaakt op landelijk en lokaal niveau: het zoet en het zuur gesmaakt, gejuicht, me stierlijk verveeld, teleurstelling verwerkt en diep drama meegemaakt. Komende woensdag mag ik het weer meemaken. Eerst mag ik nog een groep Bosniërs trainen, die hier deze dagen hier in Nederland zijn om onze democratie in actie te zien. Daarna gaan we gezamenlijk naar de locatie, op tijd voor de eerste prognose na het sluiten van de stembussen en beginnend aan het lange wachten op de echte stembusuitslagen. Het wordt laat.

Als opwarmer zet ik wat herinneringen op een rij zoals ik de eerder heb opgeschreven over uitslagenavonden. Op een enkel na, allemaal uitslagenavonden van landelijke verkiezingen. Geen zorg; niet alle uitslagenavonden, wel degenen die een keerpunt beschrijven. Zoals vaker, zijn dat in meerderheid avonden waarop het mis ging, maar er zijn er genoeg waarop vreugde en opluchting zo om voorrang streden dat je denkt: ‘WoW, hier was ik bij!’. Dat laatste hoop ik natuurlijk ook voor komende woensdag. Waarschuwing: dit is zelfs voor mij een lange tekst. Maar met al dat handmatig tellen zou de avond ook nogal eens lang kunnen worden, dus …

1994

‘Laat Lubbers z’n klus afmaken’, was de slogan in 1989 en dat waren de kiezers met het CDA eens. Het leverde een mooie uitslagenavond op.


Toch is die van 1994 voor mij persoonlijk het meest memorabel: ‘the negative stands out’. Toen werden we de wildernis ingestuurd. Kort daarvoor had ik het moment meegemaakt waarop Lubbers uitsprak zijn stem aan Hirsch Ballin te geven in plaats van aan Elco Brinkman, maar dat moment had ik niet geregistreerd als historisch. Van de uitslagenavond was overduidelijk dat die schokkend zou worden.

Elke uitslagenavond kent een eigen sfeer. De meeste uitslagenavonden heb ik meegemaakt in de Pulchri Studio’s in den Haag. Een kunstenaarssociëteit met krakende parketten en het soort kunst aan de muur dat geen CDA-dromen droomt. Een perfecte locatie dus voor absurde, zweterige avonden met veel bier en rode wijn om een overwinning mee te vieren, want dat was de gewoonte tot een fatale avond in 1994 toen het CDA de nacht verloor. In de hoogtijdagen van Lubbers was het in de ogen van de nieuweling die ik toen in de politiek was een indrukwekkende mengeling van Bekende Nederlanders en gewone leden. Wat me trof was hoe letterlijk en figuurlijk klein de afstand tussen beiden was. Veel minder dan verwacht door iemand die ‘de politici’ vooral via de televisie kende. Het familiegevoel overheerste en vloeide langs de plukken camera’s en journalisten die er tussenin stonden als stenen in een lage rivier. De afstand die ik tot de bewindspersonen voelde was de afstand die ik er zelf maakte, zoals ik me toen realiseerde. In de hoeken van de gangen en zijzalen van Pulchri kwamen de gesprekken tot stand die me wegwijs maakten in de wegingen achter elke campagne en uitslag. Een leerschool in spanning, tot de avond in 1994, waarin Lubbers de grenzen van zijn mandaat bereikte te midden van tientallen priemende lenzen, om bevrijd te worden door de emotionele troost van de vrouw van Jan de Koning. Een avond om te herinneren, al was het maar door het grote aantal mensen dat tegen elkaar zei: ‘Kom op! We gaan vechten. We komen terug.’ Ze zeiden het zo dat je wist dat ze het minstens zozeer tegen zichzelf zeiden. De echte dingen kunnen zelden gezegd worden als wat werkelijkheid is geworden zich niet meer laat ontzeggen.

2001

Wat valt er over de verkiezing van 2001 veel te zeggen. De moord op Fortuyn, de teloorgang van Paars, de opkomst van LPF – en de onverwachte opkomst van het CDA. Zouden we echt terug kunnen komen uit de oppositie?

Met een vertraging van acht jaar kregen de Kop-Op-zeggers hun gelijk. Niet langer in Pulchri, maar in de taarten, bier en witte wijn omgeving van Grand-Café Dudok, pal tegenover het Kamergebouw. Minder voornaam, kleiner, wellicht wat beter te beveiligen. Moderner ook, hoewel zonder de knipoog van kunst. In 2001 werd het de plaats waar Jan Peter en 43 andere kandidaten hun overwinning vierden – GEWONNEN!! – samen met heel veel anderen, half tot heel dronken in een oververhitte zaal, geschokt en bevrijd door een overwinning die uit de verkiezingsstrijd schoot als een kurk uit een champagnefles. Het was ook een avond met echte momenten van transformatie. Omdat alle kandidaten door mij getraind waren in de aanloop naar de verkiezingen, had ik een hele eigen plek in de groep en kon overzien hoe, zodra de uitslag duidelijk was, de ene na de ander wegglipte in overleg, met name degenen die tot de binnenkring van Balkenende behoorden. Terwijl de man zelf nog op de schouders rond werd gedragen, merkte ik zo hoe Cees van der Knaap zich uit het gesprek met mij losmaakte om zich daarna samen met Piet Hein Donner terug te trekken aan een tafeltje in de kleine patio van Dudok. Intens en onhoorbaar spraken de mannen met elkaar. In de chaos en glorie werd een nieuwe structuur, een nieuwe hiërarchie geboren. Ondertussen zag ik hoe een kandidaat uit de lagere regionen van de lijst opeens zijn strak kijkende vrouw moest uitleggen dat hij voortaan zijn leven in Den Haag had. Georgina Verbaan en nog een dame drongen zich met de borsten vooruit door de menigte, op jacht naar Balkenende, met een dikke cameraman er hijgend achteraan, maar JP! JP! JP! had nu vooral aandacht voor Bianca en zijn stralende ouders. Een hele generatie nieuwe bewindspersonen en Kamerleden knipperde tegen de televisielampen in. Goed gedaan, allemaal.

2006

De spannendste verkiezing uit het tijdperk Balkenende was die van november 2006. In maart van dat jaar had de PvdA met Bos een enorme overwinning behaald en het CDA van Balkende een gevoelige tik opgelopen. Hoe kan je dat nog keren? En toch leek het op basis van de laatste peilingen te gaan lukken. Het werd toch nog een echte tweestrijd, maar zouden we echt terug kunnen komen? Een uitslagenavond om naar uit te kijken.

De uitslagenavond van 2006 voelde wezenlijk anders. Er was novemberkou in plaats van juniwarmte. Het was ook niet meer Dudok, maar de (anno 2017 gesloopte) foyer van het Nederlands Danstheater, iets verderop aan het Spui. Een pand met een zwarte glazen pui, van binnen gedomineerd door een oplopend gewelf; alsof je de hele avond schuin wordt gehouden. Mooi, maar niet erg des partij en met als aankleding posters in plaats van de grijns van schilderkunst. Voor het landelijk campagneteam was het de afronding van een zware campagne, voor mij toen de tussenstap op weg naar een volgende. Ik was er al vroeg. Veel te vroeg eigenlijk, als je optiek is om niet te veel tijd wachtend door te brengen. Op zo’n avond is het echter zaak zoveel mogelijk mensen te spreken om campagnezaken te doen, voordat het vieren of verdrieten de overhand neemt. De uitkomst was erg ongewis. Met de raadsverkiezingen had Wouter Bos dik en dik gewonnen. Je voelt dat je weer terug in de race komt, maar genoeg? Als dan rond 9 uur ’s avonds de eerste prognose binnenkomt en het blijken 41 zetels te zijn, dan weet je: we hebben het weer geflikt: we blijven de grootste partij. GEWONNEN. Ik juich met iedereen mee, maar het voelt half als een toneelstukje voor de camera’s. Het verbaast niet als veel reacties nogal technisch van aard zijn. Omdat ook de PvdA goed scoort, maar net tweede wordt, lijkt het er op dat we veroordeeld worden tot regeren met onze grootste concurrent. Kan dat wel? De VVD staat er in een gescheurd colbert bij, Wilders zit niet meer alleen op zijn zolderkamertje, Marijnissen en zijn SP hebben het goed genoeg gedaan om de PvdA van haar overwinning af te houden, D66 wordt vernietigd.

Vergeten is hoe ver we achter stonden in maart, de bespiegelingen gaan vooral over een net gemiste extra zetel en het balen over de positie van onze voornaamste coalitiepartner. Zelf loop ik rond te toeteren ‘En nu op naar de provinciale verkiezingen’, maar snap wel dat ik daar weinig energieke reacties op krijg. Ondertussen houd ik de uitslagen in de gaten en zie dat de gemeenten in Zuid-Holland het relatief goed doen. Zeker in de kleinere gemeenten zijn de resultaten goed, maar het verschil met de grotere steden is niet groot. Dat geeft moed voor maart. Mijn kandidaten zijn ook aanwezig, inclusief lijsttrekker Asje van Dijk, en het doet mij goed om ze nu al als een soort winnaars rond te zien lopen. Ik denk dat ik er zelf ook wel zo uit zie, maar ondertussen tollen de vragen door mijn hoofd: wat zal een combinatie van CDA en PvdA electoraal betekenen? Kan de VVD snel terugkomen? Vragen die ik naar mate de avond vordert steeds meer met anderen ga delen.

Een anderhalf uur na de exit polls is het tijd om echt de overwinning te claimen. Balkenende komt er aan. We bewegen ons richting de voet van een trap. Op die trap staan allemaal jongeren in CDA-kleding met borden in CDA-kleuren: ‘JP bedankt!’ Zelf word ik door de massa meer naar voren gestuwd dan gedacht. Het is onmogelijk om niet door een camera gezien te worden, maar toch beweeg ik me naar achteren. Ik voel me opgenomen in het enthousiasme, maar zo’n toneelspeler ben ik nu ook weer niet. Marja van Bijsterveldt start als voorzitter, de verpersoonlijking van enthousiasme. Dit is in belangrijke mate ook haar moment, Dan komen Jan Peter en Bianca naar beneden. Ze staan tegen de wand van jongeren. Het plaatje is perfect. We zingen allemaal ‘JP bedankt!, JP bedankt!’, net zolang tot hij het zat wordt en zijn stem verheft. Geen idee wat hij daarna zegt, maar dankwoorden zijn het zeker. We zijn blij, we are happy. We hebben gewonnen. Iets op de achtergrond staat Jack de Vries erbij alsof hij heel koel is, maar zijn ogen stralen over. Als het iemands overwinning is, dan is het de zijne.

‘JP bedankt!, JP bedankt! JP, JP, JP bedankt!’

Als ik eindelijk naar huis ga, is de parkeergarage gesloten. Ik hol naar het station en zie de laatste trein naar Gouda het perron verlaten als een afgewezen VVD’er. Hotelletje of taxi? Beide duur. Toch maar de taxi. Het is een vriendelijke chauffeur, blij met de lange rit. De volgende morgen merk ik dat ik mijn telefoon, zo’n heerlijke Nokia-kast, op de achterbank heb laten liggen. Ik bel. ‘Heeft u iets gevonden?’ ‘Nee, wij hebben niets gevonden.’

2007: Zuid-Holland

Kenmerkend voor uitslagenavonden is dat de grote leider zich pas laat zien nadat duidelijk is geworden wat de uitslag gaat worden. Voor de winnaar is dat een glorieus mediamoment, voor de verliezer een pijnlijk moment, niet zelden een moment van afscheid. Doorgaans zit ik gewoon in de zaal, maar ik ken ook de situatie wel waarin in de kleine kring rond de lijsttrekker het wachten plaatsvindt. Hier de situatie in maart 2017, met Asje van Dijk als lijsttrekker voor het CDA Zuid-Holland en mijzelf als campagneleider. Een onbetwist hoogtepunt en dit zijn mijn herinneringen van de uitslagenavond.

Dit waren geen landelijke verkiezingen, dus hoe formeel moet je het maken? Toch besloten we dat Asje niet de hele avond in de grote ruimte in het provinciehuis zou zijn waar de uitslagenavond werd gehouden. Hij zou tot het moment dat er enig zicht op de uitslag zou komen in zijn kamer blijven, samen met zijn familie, zijn persoonlijk assistent en mijzelf als campagneleider. We zouden geen heel strikt deurbeleid voeren, maar we moesten wel als het nodig was rustig kunnen overleggen hoe we met de uitslag om zouden gaan.

Het werd een gezellige, lange, licht nerveuze avond. We kregen een broodjesmaaltijd en het staat me bij dat Asje vooraf intenser bad dan anders. Het was ook een avond met teveel tijd om na te denken. Eén van de dingen die door mijn hoofd ging, was hoe ik hier zelf zat. Asje en de andere kandidaten wachtten op een bericht over een functie: gedeputeerde, Statenlid. Ik wachtte op een bericht waardoor mijn functie zou stoppen. Zo gingen de gedachten tijdens het wachten door. Af en toe kwamen er mensen uit ons team naar boven. Dat draaide vooral om de strategie richting de onderhandelingen. De meeste tijd werd besteed aan de speeches. Twee. Een overwinningsspeech en een speech waarin we een of meer andere partijen als winnaar moesten feliciteren. De overwinningsspeech moest kort zijn, maar wel direct al een uitnodiging aan de andere partijen bevatten voor een constructieve start van de coalitie. We wilden omarmen en zeker geen lange neus trekken. De andere speech zou ook kort blijven. Wie namen we in het dankwoord mee en wie niet? De toon zegt dan altijd meer dan de woorden. Maar welke speech zou het worden? Het liep al tegen 9 uur en dan komt altijd de eerste landelijke peiling uit.

Vlak voordat het zover was ging ik zelf even naar beneden. Door grote groepen afwachtende mensen heen – ‘succes hè, we gaan winnen hè’ – bewoog ik me richting de ingang. Daar stond mijn zoon te wachten, met een paar grote dozen aan zijn voeten. Ik leidde hem om de geluidsinstallaties, videoschermen en klonters mensen heen naar een stil hoekje en bekeken wat hij had meegenomen. Een grote doos met flessen champagne en twee dozen met glazen. Geweldig. Een tijdje heeft toen de trotse vader de tijd genomen om zijn zoon te laten zien wat vader zoal uitspookte, voordat hij weer de avond inging. Ik belde mijn vrouw om wat te delen en haar vast welterusten te zeggen. Het zou laat worden. Ze dacht niet dat ze kon slapen.

Net op tijd was ik terug voor de peiling. CDA grootste partij. Yes! Een mooie basis om met vertrouwen naar de definitieve uitslag in Zuid-Holland te kijken. Maar reken je niet rijk, zo hielden we elkaar voor. En terecht. De eerste uitslagen na de peiling lieten nog niets zien. Daarbij zeiden we tegen elkaar dat ook het te behalen aantal zetels er toe deed, zowel omdat we het de kandidaten gunde als voor de onderhandelingen.

Op een gegeven moment werd het steeds moeilijke om op de kamer te blijven. We wilden naar de zaal, naar beneden. We konden wel koninklijk op de uitslag gaan wachten, maar hé, dit zijn de landelijke verkiezingen niet. We wilden bij het team zijn. Beneden in de oververhitte ruimte werden we met gejuich ontvangen. De hele CDA-kring sloot zich om ons heen, terwijl boven ons Commissaris van de Koningin Jan Fransen als een koning op het toneel stond, klaar om zodra het duidelijk was de uitslag voor te lezen.

Zover was het nog niet. Meestal komen eerst de uitslagen van de kleinere plaatsen binnen en die zijn doorgaans in het voordeel van het CDA. Dat we een lichte voorsprong hadden zei dan ook niet alles. Het wachten was op de grotere steden. De PvdA had het duidelijk zwaar doordat de SP het goed deed. De VVD had deze provinciale verkiezing nog niets te duchten van Wilders. Zouden zij profiteren van hun oppositierol? Ze deden het in ieder geval niet slecht. Naarmate er meer uitslagen binnenkwamen kantelde het beeld richting de VVD. Wat zou het worden?

Overal hield ik kleine gesprekken. Af en toe belde ik met collega’s op het partijbureau waar de meeste bestuurders en fractieleden bij elkaar gekomen waren of ik belde met collega’s in andere provincies. In de meeste provincies ging het nog heen en weer, in een provincie als Overijssel ging het prima, in het zuiden ging het ronduit niet best. Hier ging het even ook niet best. Uit de verkeerde hoek van de zaal ging gejuich op. De VVD haalde ons in. Het zal toch niet? Stil keken we omhoog naar de schermen. Er is op dit soort avonden altijd teveel rumoer om de commentaren te horen, maar het was duidelijk dat zich een lichte opwinding meester had gemaakt van zowel Ferry Mingele bij de NOS als de commentator van RTV West / Rijnmond. Zou de grootste provincie aan de neus van het CDA voorbijgaan? Ik zag een niet ontevreden glinstering in de ogen van de Commissaris, een prominent VVD’er. Ondertussen kwam de uitslag van Leiden binnen. Een burgemeestersverkiezing en een referendum tegelijk. En een grote overwinning voor D66 in die stad. Het referendum zei ‘nee’ tegen een tramlijn door de stad. Asje keek strak, zijn lippen een dunne lijn. Zo wilde hij niet beginnen. Maar de uitslagen gingen door. Alphen, Zwijndrecht, Strijen, Lisse, Dordrecht, Boskoop, ’s-Gravendeel. En door. De trend voor het CDA: ten opzichte van de landelijke verkiezing verlies, ten opzichte van de vorige provinciale statenverkiezingen: winst. Maar wat wordt het nu?

Het was rond middernacht toen de Commissaris eindelijk het woord vroeg voor wat op dat moment de meest waarschijnlijke uitslag was. De definitieve uitslag zou nog tot de dag erna op zich laten wachten, maar op grond van wat nu binnen is .. en hij begon van beneden naar boven de partijen op te noemen. Als tweede partij komt binnen ..

Ik kneep in de schouder van iemand voor me, ik voelde handen op mijn schouder, om mijn middel …

… de VVD.

WIJ HEBBEN GEWONNEN! GEWONNEN! HET CDA IS DE GROOTSTE!

YES, YES, YES!

En dan val je elkaar in de armen. Dan pomp je elkaars handen, zoen je elkaar, hou je schouders vast. En als de eerste euforie verdwenen is, neem je de hele ploeg mee naar de zijkant van de zaal, waar de kaart van Zuid-Holland staat met alle geeltjes van de plaatsen die we bezocht hebben, haal je de champagne tevoorschijn – er blijkt nog iemand zo vooruitziend te zijn geweest – en proost je, proost je op een fantastische campagne. We zijn als CDA voor het eerst sinds 16 jaar de grootste partij geworden (en we zouden naar later zou blijken het op één na beste resultaat van alle provincies hebben gehaald). Loon naar werken, loon naar ieders werken. De druiven smaakten zoet.


Het mooie was dat ook de andere partijen het ons gunden. Wat ze ook van het landelijke CDA vonden, uit allerlei opmerkingen kon je opmaken dat we het dit keer gewoon verdiend hadden. Nou ja, je hoort de opmerkingen, gelooft ze, maar tegelijk hoor je ze door een waas heen, want je hebt gewonnen, gewonnen! Asje werd weggehaald voor interviews en ik ging alle leden van het team af, iedereen die een verschil heeft gemaakt. Natuurlijk tegen de champagneglazen aangeklingt met Maarten, Anita, Dammis en Manon en tegen de bierglazen van Peter en Rob en ik geloof dat ik ook tegen een waterglas aan heb getoost, maar dat weet ik niet meer. Met wat zoeken vond ik de secretaresse en de chauffeur van Asje. Geweldige mensen. Onze fotograaf, Dirk Hol, viel even uit zijn rol. Nu kon ik ze even laten delen in het succes van hun baas. En zo door. Kandidaten begonnen zich voor het eerst te realiseren dat ze gekozen werden, met de seniors had ik even heel serieuze gesprekken over de Eerste Kamer. Op een gegeven moment kwamen onder leiding van Liesbeth Spies en Jan de Vries de Zuid-Hollandse Kamerleden en bewindspersonen bij ons binnenvallen en werd het feest nog groter. Ik was niet dronken van de champagne – had meer champagne over mijn pak dan door mijn keel – maar van de overwinning. Wat kwam dat diep uit mijn tenen.

2010

Regeren met de PvdA gaat vaak van au op landelijk niveau. In ieder geval zou de combinatie Balkenende-Bos een veel slechtere blijken dan de latere combinatie van Rutte-Samsom. Het moet gezegd worden. Het zou een korte campagne worden. Maar wie moest deze trekken? Hier laat ik het bij de constatering dat het opnieuw Balkenende werd. Direct was al voorzienbaar dat het geen uitslagenavond zou worden om naar uit te zien.

Net als de keer daarvoor was ik te laat voor de eerste uitslag om 9 uur, opnieuw in het Danstheater in Den Haag. Ik hoorde de prognose in de auto. Vreselijk. En zo concreet. Je verwacht het, maar dan nog. Slechts 21 zetels voor het CDA. 20 minder dan in 2007. De verliezen waren overal en over een breed front. Direct werd de analyse officieel: verkeerde lijsttrekker. Het was een analyse waar ik niet aan mee wilde doen. Waar, maar te makkelijk. Ik moest denken aan de wijze waarop de oudgedienden in 1994 in Pulchri de klap opvingen en probeerde eenzelfde mengeling van onverzettelijkheid en optimisme uit te stralen. Dat lukte, ook omdat er bij mij een gevoel van opluchting was: nu konden we de oppositie in. Loskomen van de oude manier van doen, terug naar het hart van de partij. Maar er waren weinigen die dat verlangen naar de oppositie met mij deelden en ze hadden een punt. De uitslag zou een grote overwinning voor de PVV betekenen. Het CDA zou waarschijnlijk weer nodig zijn in de regering. Ik moest er even niets van hebben. We hebben verloren.

Ik ging in de lobby van het danstheater, waar de avond werd gehouden, op zoek naar Peter van Heeswijk, de voorzitter. Als campagneleider had ik hem die functie bezorgd. Na een zeer bijzonder uitverkiezingsmoment op een congres had ik hem als het ware overgedragen aan het partijbureau. In zekere zin zou ik hem die avond weer even terug krijgen. Toen we elkaar eindelijk troffen – een typisch geval van mensen die elkaar zoeken en daardoor juist mislopen – was hij sterk, realistisch. De grote zaal van het danstheater was leeg en daar trokken we ons terug voor een verder gesprek. Twee mannen in een zee van lege stoelen. We wisten dat het voor hem afgelopen was. De enige vraag was: wanneer naar buiten? Peter vertelde mij dat Jan Peter zo zou aankondigen dat hij zich zou terugtrekken. Een aankondiging op hetzelfde moment? Ongelukkig. Ik pleitte ervoor in ieder geval de volgende dag of de komende bestuursvergadering af te wachten. Iemand moest de komende uren voor continuïteit zorgen. Maar Peter was al heel dicht bij zijn beslissing. Ergens in de loop van de daaropvolgende nacht zou hij in zijn hotelkamer een beslissing nemen. Hij voelde zijn verantwoordelijkheid sterk. Hij trad af.

Nadat ik met Peter had gesproken en terug was gekeerd naar de lobby, duurde het niet zo lang meer. Ik moet nog mensen gesproken hebben, maar ik herinner mij er weinig van. Uiteindelijk kwam Jan Peter naar beneden, langs dezelfde trap als in 2006. Samen met Bianca en campagneleider Michael Sijbom, maar zonder de jongeren met borden ‘Bedankt’. Dat zei hij zelf, heel nadrukkelijk, wel: bedankt. En kondigde zijn vertrek aan. Als zaal begonnen we terug te zingen: ‘Jan Peter, bedankt. Jan Peter, bedankt’. Dat was goed, het voelde echt. Maar wat hebben we hem aangedaan door hem deze laatste periode nog onze voorman te laten zijn.

Rond middernacht was ik thuis. Een leeg huis. Mijn vrouw moest ergens in het land een cursus geven en overnachtte bij een vriendin. Eerder op de avond had ik haar al telefonisch gesproken. Nu voelde het huis erg leeg. Ik ging op de bank zitten en deed automatisch de televisie aan. De uitslagen van de grotere steden waren aan de beurt. Plaatsnamen met staatjes. Keurige analyses afgewisseld met beelden van vrolijke of stille zalen. Verkiezingen.

Toen knapte er wel iets. Dat was rouw, rauwe rouw.

Wat teveel overhelt / kantelt en zinkt

En toch ga je door, ook als nog meer verliest van wat je eerst gewonnen hebt, zoals bij de provinciale verkiezingen in 2011.


2012

In zetels gingen we in 2012 verder omlaag. Toch was er ook hergevoel dat de bodem was bereikt en we weer konden bouwen. Een uitslagenavond die om onverwachte redenen gekoesterd kon worden.

De uitslagenavond van 2010 werd gehouden in een voormalig kerkgebouw in Scheveningen. We trokken letterlijk en figuurlijk uit het centrum weg. Alles was kleinschaliger dan voorheen en ongetwijfeld goedkoper. Een indicatie dat de kas van de partij aardig leeg begon te raken en er de jaren daarna nog minder zou zijn.

We hadden campagne gevoerd met een soort moed der wanhoop. Soms kregen we scheldwoorden naar ons hoofd, soms was er meelij. Wat is erger? Je ziet dan wel wie de echte ‘die hards’ zijn. Alleen degenen die het om meer dan geld of carrière te doen is blijven dan over.

Hoewel ik met een zwaar gemoed naar Scheveningen reed, was de uitslagenavond zelf één van de meer aangename uit mijn herinneringen. Geen gedrang, geen gejoel, geen geschreeuw om boven het lawaai uit te komen. Goede gesprekken. In 2010 pleitte ik al voor de oppositierol, maar de uitslag was dusdanig dat we de gifbeker van de PVV helemaal leegdronken. Nu kon het. We konden ook leren van onze fouten bij het begin van de oppositieperiode in de negentiger jaren. Maar wie moest het gaan trekken? Sybrand Buma maakte die avond zelf aan de twijfel een einde door een sterk verhaal te houden. Hij draaide nergens om heen, benoemde wat er te benoemen viel en wist ons te raken met zijn dankwoorden. De afstand tussen lijsttrekker, partijmedewerkers en gewone leden is binnen het CDA nooit erg groot, zoals je op het gemiddelde congres kunt merken. Op uitslagenavonden komen daar echter letterlijk en figuurlijk de media en de meekijkers tussen. Naar ik vermoed is er nooit een uitslagenavond geweest waarin de afstand tussen ons korter was. Het werd bijna een fijne avond. Zelf moest ik weer tijdig weg. De volgende dag moest ik al vroeg voor een opdracht in Haarlem zijn. Op een zolderkamertje in een klein hotelletje met een mini-televisie zag ik nog net hoe Rutte van Samsom won en ging slapen.

Weergang

Opgang en neergang van een partij horen bij de verschijningsfasen van een democratische partij. Geen partij ontkomt er aan. Gevestigde partijen kunnen langer weerstand bieden en dan is het alsnog gedaan. Of niet? In de oppositieperiode van 1994 – 2001 schatte ik de kern van het CDA op maximaal 27 zetels. In 2001 kregen we er 44. Anno 2017 schat ik in dat het kernelectoraat rond de 15 ligt. In 2012 kregen we 13. Het zijn getallen met weinig zeggingskracht. De regels van het spel zijn veranderd. De samenleving barst uit haar voegen. Meer nog dan de economische crisis is het de internetrevolutie die oude bedrijfsmodellen als noten kraakt en wegspuwt. Wat komt er voor in de plaats? Met de komst van nieuwe vormen zullen partijen zich herschikken. Partijen als het CDA maken daarbij wel degelijk een prima kans te overleven. Het driestromenland van de Nederlandse politiek is in de kern nog springlevend, de behoefte naar zingeving onverminderd. Oude merken sterven niet. Maar overleven is geen doel op zich. Het doel is niet de opgang of neergang van een verzameling ambities. Het doel is de weergang van een gedachte over de samenleving. Zeker in het geval van het CDA: gericht op meer dan het hier en nu. Hard werken, er goed mee verdienen, maar het geld niet alleen uitgeven aan jezelf. Zingeving zoekend in het samen bouwen aan de dingen die er toe doen. De wereld een beetje beter achterlaten dan je hem vond. Weten dat er generaties je voor zijn gegaan en weten dat generaties je zullen volgen en daar troost uit halen.

Na de uitslagenavond in 2012 zouden er op lokaalniveau meer uitslagenavonden volgen. Binnen een paar maanden al na deze grootste nederlaag ooit, mocht ik in Bodegraven-Reeuwijk een herindelingsverkiezing meemaken waarin we op het laatste moment met 212 stemmen verschil van de VVD wonnen en de grootste werden. Later zou dat weer gebeuren bij een herindelingsverkiezing in Alphen aan den Rijn. Weer mochten we juichen. Toen kwamen de raadsverkiezingen van 2014. In eerste instantie koos ik ervoor de uitslagenavond in datzelfde Bodengraven-Reeuwijk mee te maken. Weer was ik te laat voor de exit-prognose en hoorde een uitslag die, vertaald naar Kamerzetels, 5 zetels lager was dan ik in een blog had voorspeld. De weddenschap met mijzelf volgend, zou dat karnemelk drinken worden. Na een te rustige bijeenkomst in het gemeentehuis, besloot ik door te rijden naar mijn eigen stad Gouda. Daar hield de sfeer ook niet over. Het resultaat was matig. Door maar naar de gemeente Den Haag – en daar begon duidelijk te worden dat over het geheel genomen de exit-prognose een stuk slechter was dan de algehele trend. Samen met Kamerlid Pieter Heerma liep ik van de locatie waar de Haagse CDA-ers bij elkaar kwamen naar het Binnenhof. Op het Plein gekomen stond een kleine groep protesteerders en politie bij een café waar op dat moment de PVV bij elkaar kwam op hun uitslagenavond. We hadden iets over ‘minder, minder gehoord’, maar er langs lopend zou je niet het idee hebben gekregen dat daar die avond geschiedenis was gemaakt (ik denk dat Wilders zich die avond definitief buiten de orde heeft geplaatst). Iets later ging ik naar huis. Om 2 uur die nacht hoorde ik dat de uitslag conform mijn voorspelling was. Het glas wijn moest wachten.

En zo gaat het dus door: nooit hetzelfde, wel altijd op en neer. Omhoog met de Europese verkiezingen, omlaag bij matige provinciale statenverkiezingen en weer omhoog bij goede lokale verkiezingen. Nu, na 4 jaar, zijn de verkiezingen voor de Tweede Kamer aan de beurt. In mijn blog heb ik de prognose gegeven zoals ik die half februari heb geformuleerd: 23 zetels, met een stevige kans op een grotere doorbraak. Ik hoop het, maar voor mijn beleving van de uitslagenavond zal het weinig uitmaken: die uitslag markeert volgens mij wel het einde van een bijzondere parlementaire periode, maar luidt waarschijnlijk eerder een patstelling in dan een nieuw begin. De uitslagenavond van 2017 wordt bijzonder, zoveel valt veilig te voorspellen. Jan en alleman wil weer op de avond aanwezig zijn, inclusief veel media. De door het CDA gehuurde ruimte is weer een stuk groter dan in 2012 en meer ruimte wordt geregeld. Heerlijk, ik verheug mij op een mooie avond – en zal vast een moment aan de mensen bij de PvdA denken. Tegelijk wordt het ook een mooie avond als we niet de grootste worden. We hebben nog veel te doen om als partij om goed te gaan met wat er nu in de samenleving gebeurt. En het doel is geen overwinning, maar een beter samenleving. Wat we hopelijk vieren is een kans om daar vorm aan te gaan geven.

Peter Noordhoek

Prognose en voorspelling #TK2017: mooie winst of echte doorbraak – vergeet Trump, kijk naar May

In deze blog kom ik met het waarom en hoe van een onwetenschappelijke ‘prognose’ voor de uitkomsten van de #TK17. Voor mijn eigen partij, het CDA, druk ik dat in zetels uit en geef een prognose van 23 zetels. Een uitkomst die ik sinds half februari her en der uit, maar door werk en campagne nog niet heb gepubliceerd. Sybrand Buma gaat er zelf vanuit dat het CDA de grootste partij wordt. Dat is minder waarschijnlijk, maar de weg daar naartoe wordt met de dag helderder. Ook dat licht ik hieronder lekker lang toe. Dat doe ik in de vorm van een ‘voorspelling’ die zegt dat we niet naar een Trump-effect maar naar een mogelijk Theresa May-effect moeten kijken. Wil je het kort? Ga naar de video en de quotes.

Wijn of karnemelk
Sommige dingen moet je niet willen doen. Die kunnen alleen maar mis gaan. Zoals het maken van een prognose voor de Kamerverkiezingen van 15 maart bijvoorbeeld (of er videos over maken). Zeker als je al eerder zoiets hebt gedaan. Maar ik ben best voorspelbaar: ik doe het dus toch. Opnieuw maak ik met mijzelf een kleine weddenschap: als ik het juiste aantal zetels voor mijn partij, het CDA, goed voorspel, mag ik een glas wijn nemen. Zit ik er slechts twee zetels naast, drink ik niets. Zit ik er verder naast, een glas karnemelk. Ik vind karnemelk gruwelijk. De lezer moet weten dat ik een bias heb ten aanzien van het CDA. Ik wil graag dat deze partij het goed doet. Maar weet ook dat ik karnemelk echt vies vind, zoals u kunt zien op de foto en video waarin ik karnemelk drink nadat ik het de laatste keer fout had, in tegenstelling tot de eerdere keren. Het gaat dus om iets.


Aanpak

Ik begin hier eerst met een puntsgewijze analyse van alles waardoor ik vind dat een uitkomst van (ongeveer) 23 zetels als ‘prognose’ logisch kan zijn. Direct ga ik door naar de ‘voorspelling’ waardoor verklaarbaar is dat Sybrand Buma terecht mag hopen op een doorbraak die tot een (veel) hogere uitslag kan leiden. Tot slot komen er nog een aantal paragrafen die ik eigenlijk als eerste heb geschreven, maar nu als een soort verantwoording dienst kunnen doen. Benieuwd of de lezer dat haalt en ik hou nog wat achter de hand voor na de uitslag.

Prognose

Mijn prognose is dus: 23 zetels. Mijn startpunt is de situatie half februrari waarbij de peilingen (ik neem de gecombineerde peilingen van om Louwerse als uitgangspunt) erg vast zaten, met een bandbreedte van 12 tot 17 zetels), ergens in een middengroep, behoorlijk ver na de koplopers van PVV en VVD. Die positie viel mij tegen, niet zozeer vanwege mijn persoonlijke sympathie, als wel dat je van een oppositiepartij meer mag verwachten en omdat het CDA eigenlijk foutloos opereerde. Erg veel enthousiasme voelde ik nergens. Voor mij werd dat patroon doorbroken met het afzeggen van het RTL-debat door Wilders en Rutte. Het moest even bezinken, maar toen wist ik genoeg om er karnemelk voor te trotseren en dat tijdens een bezoek aan Londen op video te zetten.

http://

Met 23 zetels kom ik naar alle waarschijnlijkheid onder het aantal zetels uit dat het CDA nodig heeft om de grootste partij te worden en Buma premier, ook als we de PVV buiten beschouwing laten. Toch is een scenario waarin het CDA de grootste wordt nooit als onmogelijk beschouwd; in feite praat ik er al jaren intern over. Een beterende economie, de persoonlijk impopulariteit van diezelfde Buma (met name in het zuiden), de versplintering, de premierbonus, de tweestrijd tussen VVD en PVV, de sombere boodschap; alles maakte een overwinning onwaarschijnlijk. Maar er zijn een paar leuke redenen waarom het dit keer al kan gebeuren, en hieronder zet ik de belangrijkste overwegingen voor zowel prognose als voorspelling op een rij.

Puntsgewijs

  • Het is geen tweestrijd geworden. Het RTL-lijsttrekkersdebat lijkt alsnog van historische betekenis te zijn geweest: het wegblijven van de grote partijen heeft de bodem onder de twee partijen en hun opzetje gehaald. Niet dat de andere partijen daar direct van hebben geprofiteerd, dat duurde even, maar op een cruciaal moment lieten ze het afweten. Een aanwezigheid van Rutte en Wilders op in de slotfase kan dat zeker nog keren, maar om meerdere redenen is dat niet zo waarschijnlijk.
  • Voor de PVV was de afwezigheid meer dan een incident. In een domme imitatie van de strategie van Trump, ontnam Wilders zichzelf de kans om in het spel te komen. Zijn eigen verhaal was altijd al dun, maar de andere partijen en de media kregen er nooit vat op. Het verhaal van zijn wegblijven ook na het RTL-debat is volgens mij op een gegeven moment op het schoolplein rond gaan echoën als lafheid – ‘geen zin’. Dodelijk.
  • Tegelijk school in de zaterdag na het RTL-debat ook het gevaarlijkste moment: de internationale pers maakte een feitelijk mislukt bezoek aan Spijkenisse tot een mega-evenement, met hier in Nederland de kritiekloze overname van de beelden door de NPO als zo’n moment dat media van beschouwers weer spelers worden. Ik weet uit mijn gesprekken in het buitenland dat men breed denkt dat Wilders hier premier gaat worden, maar tot nu toe was die internationale dynamiek nog niet in het Nederlandse publiek gekropen. Gelukkig gooiden andere Nederlandse media wat hoognodig ijswater over het mediamoment (dank aan o.a. NRC). Wilders heeft daarna geprobeerd om via interviews alsnog een internationaal effect te creëren, maar het heeft vooral zo gewerkt dat het duidelijk maakte dat Wilders zich te goed voelde voor het Nederlandse debat. Dat hij nu alsnog gaat flyeren is volgens mij geen start van het grote slimme slotoffensief waar hij zo goed in zou zijn, maar eerder een teken van interne verwarring. Ik reken er op dat Rutte hem in het nog komende tweegesprek op TV in pleurtermen de spiegel gaat voorhouden.
  • Ondertussen lijkt de VVD enorm in gevecht met zichzelf. De campagneorganisatie is deze keer nog beter dan 4 jaar geleden, zoals bijvoorbeeld te zien valt aan de manier waarop gereageerd werd op de ‘strand-commercial’ bij het RTL-debat. Tegelijk is die reactie weer een teken hoe gevoelig dat afzeggen intern bij hen ligt. Verwacht mag worden dat de VVD pas de laatste week vol in de beurs gaat tasten en dan hebben ze meer te besteden dan welke partij dan ook, maar toch. Ook hun veruit grootste wapen, de fantastisch werkende economie, werkt niet voor de partij – er lijkt niet eens een speerpunt van te zijn gemaakt. Waar wel een thema van is gemaakt, is het thema waarden. Laat dat nu net het zwakste punt zijn van zowel partij als leider.
  • Bij de laatste verkiezingen voor PS / EK was de VVD voortdurend in het nieuws vanwege integriteitsschendingen, net zoals nu deels vanwege de bonnetjesaffaire. Bij die verkiezingen bleef Rutte zelf echter buiten schot, maar hij had wel het grote RTL-debat nodig om met een ruwe interventie de verkiezingen te redden. Nu blijft hij weg bij datzelfde debat en is hij nog stukken verder beschadigd in termen van geloofwaardigheid. Als je ‘wordles’ ziet (gegroepeerde woordenwolken) van mensen die over Rutte spreken, dan schrik je van de omvang van het woord ‘leugenaar’ en vergelijkbare woorden. Dan denk je: dat komt niet meer goed – ook niet in de laatste weken. Samengevat is de situatie voor de VVD dat er ondanks alles er geen goede boodschap, geen sterke partij, geen aantrekkelijke premier meer is.

  • Zoals onbekend onbemind maakt, zo maakt bekend bekender. Buma heeft dan nog altijd een achterstand op PVV en VVD die normaal gesproken niet goed meer valt te maken. De grote groep zwevers gaat bij twijfel op de bekende partijen en personen stemmen (Bron o.a.: jorge Labadie, Hoe Rutte en Wilders door brute bekendheid stemmen krijgen. Frankwatching). Alle andere partijen leveren dan hun gedroomde zetels in. Dat lijkt vooralsnog niet of niet in die mate te gaan gebeuren. De 2e en 3e keus krijgt daarom nu meer kans dan anders. Vooral op midden-links kan dit nog verschuivingen gaan geven, maar ook op midden-rechts is de situatie interessant.
  • Op midden-links hebben we even de opkomst van GroenLinks gehad, maar wie ook de lijsttrekkers is, het zal voor een partij als deze altijd moeilijk zijn de grootste te worden, zeker zolang partijen als SP en de PvdA toch een kernaanhang van zo’n 10 zetels houden. Als dan het welhaast onvermijdelijke gebeurt en GroenLinks stokt in de peilingen, dan is het zaak dat D66 met Pechtold naar voren stapt om de winst te pakken. Dat zie je nu gebeuren. Tegelijk hou ik het gevoel dat kiezers te weinig weten waar D66 voor staat – gek genoeg bevestigd door het feit dat zij het grootste verkiezingsprogramma van allemaal hebben geproduceerd, zo’n 300 pagina’s. Pechtold wordt het meest premierwaardig gevonden, dat is waar. Dat wordt echter vooral gezegd door degenen die dat al langer vinden, de rest kent hem al te lang om nog om die reden te gaan switchen. Ik sluit niet uit dat de ChristenUnie met Segers op midden-links veel late stemmers binnen zal halen, ten koste van zowel D66 als GroenLinks. De Partij voor de Dieren, Artikel 1 en DENK maken het beeld van een versplinterd veld op links compleet, waardoor ik vermoed dat geen enkele partij boven de 15 zetels zal komen, ook GroenLinks niet.
  • Op midden-rechts is de eerste vraag: wat gaan de kleinere partijen doen? Jan Roos heeft zich in een net pak gehesen, maar iedereen ziet nog de matroos. De komst van Thierry Baudet in het parlement lijkt mij drama, maar dat zal wel gebeuren. Toch blijft de echte vraag wat er met 50+ gaat gebeuren. Elke uitslag groter dan 5 zetels maakt het veld kleiner voor zowel VVD als CDA om de PVV in te halen. Is het minder, waar gaan dan de zetels naar toe? Ik denk toch voor een behoorlijk deel naar Buma – en vooral naar Pieter Omtzigt de pensioenkampioen (en in zijn eentje misschien al goed voor meerdere voorkeurzetels).
  • En dan wordt het spannend. Als Wilders en zijn PVV de fouten blijven maken die ze nu doen, zal dat zich vooral vertalen in een niet opdagen van de kiezer, maar enig verloop naar de andere partijen is logisch. Waar naartoe?
    Gaat dat richting de VVD? Tot nu toe zie ik weinig tekenen op social media dat de achterban zich voor de partij laat mobiliseren. Op die ene reactie op de CDA-commercial na, is het nog opvallend stil als het om de dikke letters van de partij gaat. In de mediastrategie van deze partij overheerst de ‘aanval vanuit de verdediging’, met het eigen verhaal wordt nauwelijks gekomen. Ja, het is waar dat kiezers pas in de laatste dagen hun definitieve keuze maken, maar het beeld is gezet. En als er één partij gevoelig is voor wegblijvende kiezers en overlopers, dan is het de VVD. De premierbonus lijkt Rutte bij de vorige verkiezingen te hebben gehad en nu moet hij er zich tussen dringen. Dat gaat hem tot nu toe niet goed af.
  • Een echte tweestrijd tussen VVD en PVV verwacht ik niet meer. Wel vermoed ik dat Rutte keer op keer, ook in het debat met Wilders, zal zeggen dat hij niet mee mag doen aan een regering. Richting de strategische stemmers is dat nog zijn enige argument, want het alternatief heeft zich aangediend.
  • Het CDA heeft met weinig middelen een tot nu toe bijna foutloze campagne gevoerd. De campagnehandboeken zeggen dat je dan al ver op weg bent naar een goede uitslag. Als je dan ook nog dag na dag de nieuwscyclus weet te beheersen ben je goed bezig. Over de positionering kan je twisten. Deze is sociaal-conservatief met een stevig accent op het conservatief. Dat past bij de persoon van de lijsttrekker, maar hoort ook bij de wens het meer conservatieve zuiden – met name Brabant – terug te veroveren. Het is ronduit opvallend om te zien hoe de aanhang van de PVV nagenoeg samen valt met die van de oude KVP. Het zou logisch zijn dat die aanhang per saldo deze keer nog trouw blijft aan hun blond gemijterde bisschop en als ze al weg zouden spingen bij Wilders, dan toch naar de VVD. Misschien wel het belangrijkste nieuws over de campagne kwam daarom waarschijnlijk op 3 maart, toen Maurice de Hond liet weten dat ook het CDA nu spijtstemmers kan verwachten (bevestigd door wat ik de dag erna op straat hoorde). Dan kan het echt hard gaan. Voorlopig hou ik het erop dat de stemmen dit keer vooral in de (voor)steden te vinden zijn, in de vermaledijde Randstad. Ook in de toekomst, want juist daar zou een positionering die dichter bij het midden ligt kansen geven.
  • Het verwijt van met name de VVD aan het adres van het CDA dat deze een ‘verantwoordelijkheidsvakantie’ komt als een boemerang terug; het maakt vooral duidelijk dat VVD en CDA niet op dezelfde hoop mogen worden gegooid. Er valt te kiezen.
  • Ondertussen is het voor het CDA een totaal andere campagne dan in 2012. Toen ging het er om de schade te minimaliseren door de achterban vast te houden. Nu is dat veel minder de zorg. In het noorden en oosten mogen echt mooie scores worden verwacht (pas op in de verkiezingsnacht. Door het handmatig tellen zullen deze uitslagen eerder binnen zijn dan die uit de grote steden), de rest wordt afwachten. Let dus op de uitslagen in de (voor)steden in het westen. Zijn die boven verwachting, dan wordt het voor het CDA een mooie avond, gaan ze ook in Brabant richting het CDA, dan wordt het aan fantastische avond.

Grote plussen

Op basis van al dit soort afwegingen heb ik een grote plus voor het CDA geformuleerd ten opzichte van het gemiddelde van de peilingen zoals opgesteld door Tom Louwerse. Van (op het moment van beslissen) circa 15 zetels naar 23, dus meer dan 10 hoger dan in 2012. Naar mijn inschatting wordt het CDA daarmee de 3e partij, een zetel of 3, 4 na de grootste partij, de VVD. Zoals gesteld, geen partij komt op midden-links boven de 15 zetels. Normaal gesproken betekent dit een coalitie van ten minste 4 partijen, al sluit ik niet uit dat uiteindelijk een minderheidscoalitie rond VVD en CDA gaat komen. Buma een beetje kennend, is het echter zeker niet vanzelfsprekend dat hij en/of het CDA in een kabinet gaan zitten. Ook zonder deelname of gedoogconstructie met de PVV sluit ik een congres over het besluit niet uit, al zal die heel wat meer ontspannen verlopen dan in 2010.

Weer: ik kan er helemaal naast zitten en dan zou het ook zomaar kunnen dat het CDA niet verder komt dan haar huidige score van 13 zetels. Ik denk echter dat de beweging omhoog is en na een zaterdag flyeren op straat in PVV gemeenten als Vlaardingen en Schiedam dat 23 zetels per saldo een matige prognose is. Intern heb ik al vanaf 2015 gezegd dat het doel van het CDA moet zijn om de grootste partij wordt en ik vind het mooi om te horen dat Buma dat doel niet alleen deelt, maar ook hardop uitspreekt dat we dat gaan halen. Dat doet hij uit meer dan overmoed. Het is een scenario dat nu zichtbaar wordt, maar zich voor maart niet liet onderbouwen vanuit de huidige peilingen en ‘kleine tikken’. Die tellen niet verder op dan de genoemde 23 zetels, met een bandbreedte van 2 er onder of maximaal 2 er bovenop. Voor de doorbraak naar meer is een ander verhaal nodig. Dat moet je niet alleen technisch duiden vanuit een verschuiving van PVV-stemmers naar Buma, want zoveel zullen dat er waarschijnlijk toch niet zijn (persoonlijk vind ik het een twijfelachtig ontwikkeling, zeg ik erbij), maar van een verhaal dat dieper gaat.

Niet Trump maar May

Dat verhaal is niet te vinden in de Verenigde Staten, bij Trump, maar in Groot-Brittannië, bij Theresa May.
Na het verloren Brexit-referendum trad David Cameron af. Meerdere mensen uit eigen kring, waaronder welbekende figuren als Michael Gove en Boris Johnston, hadden voor deelname aan de Brexitcampagne gekozen en behoorden tot hun eigen verbazing niet alleen tot de winnaars, maar ook tot degenen die het meeste kans haden om Cameron op te volgen. Onmiddellijk ontbrandde de strijd. Nog steeds kijken media en geschiedschrijvers met verbijstering naar wat zich toen ontvouwde. Gove zou op spectaculaire wijze ‘broedermoord’ op Johnson plegen. Niet lang daarna was opeens Theresa May premier. Gove kan beschreven worden als een briljante campaigner die tegelijk absoluut doof is voor kritiek. Boris Johnson is een absoluut plezierig persoon bij wie May zelf de vraag stelde of het Johnson ooit zou lukken langer dan vier maanden dezelfde boodschap vast te houden. Niet dus, beantwoorde ze haar eigen vraag. Theresa May zelf was een ‘remainer’, iemand die per saldo binnen de EU zou willen blijven. May kan beschreven worden als hard werkend, saai (hoewel met een droge humor), degelijk en iemand die je een klus kan toevertrouwen. Klinkt bekend? Zelfs het streven naar beperking en een stevig law en order-beleid hebben May en Buma met elkaar gemeen. Brexit bracht ontzettend veel onzekerheid met zich mee. May vormde een paar ‘safe hands’ waar je in woelige tijden het land aan kan toevertrouwen en won met overmacht.

Meer dan Trump, die nieuwe onzekerheid met zich meebrengt, is Theresa May het logische aansluitingspunt voor Buma, met Gove en Johnson in de rol van verliezende Wilders en Rutte. Als verhaal is het maar een verhaal, maar ik geloof er in omdat het eigenlijk zotheid is als een zittende premier in een fantastisch draaiende economie, die wel fouten heeft gemaakt maar geen onvergeeflijke blunders, het toch niet zou redden. Naar mijn ervaring loopt de stemming van een bevolking zelden gelijk op met de economie. Andere zaken spelen een grotere rol en het woord ‘onzekerheid’ is dan bijna altijd van toepassing. Als Rutte deze verkiezingen gaat verliezen is dat omdat hij zijn kredietwaardigheid op dat punt heeft verspeeld en Wilders te eendimensionaal is geworden buiten het schoolplein nog te overtuigen.

We zullen het meemaken.

Peter Noordhoek

Unilever & the value of ice-cream in February

What the …? Almost finished with a blog on an attempted takeover of Unilever by Kraft Heinz and others, the news is telling me that the threat is off. So far, no news about the reason. So, delete the blog? On reflection, no. The attempt on Unilever tells us something about the way the economy will develop itself. Globalization will continue, but fault lines will be exposed and new continental realities will present themselves.

It’s funny, though. I have some shares, most of them safe and well spread. There is one smaller account I manage myself, and as it happened, with lots of Unilever shares. As the shares went through the roof this week, I had quite a number of reasons to be happy with a takeover. But no, it did not feel real. As my shares slide back to reality, I tell you what I do feel is real.

From finance to vision

My grandfather worked for Unilever in the early nineteen thirties. In finance. A few years later he would leave The Netherlands and do something seemingly completely different: he became a missionary and teacher in the then Dutch Indies (now Indonesia). He died within weeks after the war and I have never got to know the what or why of his change in career, but I had to think of him this week when I was pondering what Mr. Paul Polman, the present CEO of Unilever is to do now his company is facing the threat of a takeover from American companies. Mr. Polman also knows his numbers, but his reputation rests especially on his believe that in the long run only a company that runs its business in a sustainable way can survive, and he has changed the business model of Unilever accordingly. He is also a believer in a long term ‘stakeholder model’ rather than a short term ‘shareholder model’. You could say that he has become both a missionary and teacher in this approach, jumping from finance to vision and back again. In a way he himself became a model, to others. A bit like Warren Buffet, you could say. An example to others. Yet, both are now opponents, with Buffet representing the sort-term, zero-sum approach his fellow raiders stand for.

There are several ways of looking at the attempt by Kraft/Heinz and a raider (‘investment fund’) called 3G to do a hostile takeover of Unilever for a price of about 140 billion Euro’s, but here only two are presented: from a financial and from a strategic perspective. The moral perspective I try to avoid. It tends to induce people to run the other way.

The logic of the financial perspective

From a financial perspective a takeover makes sense. Unilever has reduced its costs and improved its performance, but not enough. There seems to be a consensus that further and substantial reductions in costs can be achieved. Not only by laying off more staff, but also by selling of its parts. In this line another argument could also be in play: the present differences between Dollar and Pound makes a deal cheaper and its questionable whether raiders of this size will find targets as fat as Unilever in the near future. Money is not really the issue; it is cheap and there is almost too much of it with the likes of Buffet behind the deal. No, this deal is just the market doing its work, as it should. The rest is just words in a world where only businesses survive that reinvent themselves every year by the kind of zero-sum budgeting that 3G employs.

Strategic waste

From a strategic perspective this attempt to a takeover is a waste of a good money on a truly world wide scale. Having the commitment to turn a classic food and cosmetics company like Unilever into something that makes sense from the perspective of global sustainability, is a once in a generation chance to do business differently. The corporate world is – more than governments – waking up to the reality that doing business in a sustainable way is in the long run not only profitable, but also the only way to keep business in business – and people alive. There are other companies emerging that want to do the same thing, but not even Tesla or Shell are in their approach and impact on producers and consumers at the same level as Unilever. It would have been an enormous waste of capital to surrender a company like Unilever to the kind of efficiency driven approach the raiders usually apply. Maybe the words of Mr. Polman om sustainability are just that: words. But at this moment in time they should be heard and given the time to bear fruit. In the end profits will only decrease on a zero sum budget.

Chairman of the bored

When my business grew enough to afford a better location, I was on the lookout for a nice table for my meetings. In time I found a perfect one; fit for ten people and shaped in such a way that everybody could look each other in the eye. I found out that it was a former board table from Unilever’s old headquarter in Rotterdam. Of the ten chairs, one had a slightly higher back: evidently the chair of the chairman. In order to avoid making it all to formal, I had a small plaque glued to the back of the chairman’s chair. It reads ‘chairman of the bored.’ Yes, this is not bad spelling.


I do not how it is with you, dear reader, but I am bored, tired and sick of all those who think that increasing value by short time cost cutting is good for anything but the buyers wallet. Not that the logic behind it is wrong in itself, but without an idea of what comes after the cost cutting, it is a backward way of managing a company. The really logical way of doing business is by increasing income, certainly in the longer run. Yet, to do so, you usually have to use abstract language and can not promise that income with the same quantitive certainty you can do when cutting costs. in other words, it takes a specific culture for approaches like that of Unilever to make a chance.

Result of the Trump counterrevolution

It is my conviction, that while globalization will not really slow down and there will stille be trade deals, the Trumpian counterrevolution will result in stronger cultural differences, likes and aversions. Until recently, we lived in a sort of global soup of trade relations. The use of English masked our differences and because we were all more or less new to this global, digital market, we needed each other to survive. From now on, strategic positions will matter more and the chances of conflict are always there. Nations are usually not big enough to play the geopolitical game, but countries that operate on a continental scale and old cultural alliances like the Commonwealth can. In Europe, this will open up a divide between Anglo-Saxon countries (shareholder model) and countries that choose the so-called Rhineland model (stakeholder model). Brexit has made this divide for all to see, but it was already there. I believe that companies will have to think hard on which model they base their business and how they want to be dealt with by the governments they have to deal with. There will be a lot of work for the so-called ‘business diplomacy’.

Ice-cream in February

Few European companies can straddle this divide. Perhaps not even Unilever and Shell can. yet the failure of the Kraft Heinz attempt to take over Unilever shows that shortism does not have to win. They should have known better; icrecream does not melt so well in February.

 

Peter Noordhoek

Hoe zou hij opgroeien? De ijzeren consequentie van een inaugurele rede

Hoe zou hij opgroeien? Achter pantserglas, achter beveiligers, achter protestborden? Achter zo’n vader? Je voelt de boeken en films al geschreven worden, vooral als hij later ooit de drang zou voelen zich kandidaat te stellen voor het presidentschap na zijn vaders teloorgang.

Oh, geen twijfel; de Trumps zijn nu net zo’n dynastie geworden als de Kennedy’s en de Clintons. ‘Bigger than life’, heet dat dan en in dit geval lijkt dat te kloppen. Een extreem onwaarschijnlijk verhaal dat toch realiteit wordt. Wie wil er niet in vluchten, in zo’n verhaal? En wat een klassieke paradox: het volk komt in opstand tegen de elite van een republiek en kroont prompt haar eigen koning. Het doet denken aan de vroegere relatie tussen de burgers en de Oranjes in de Republiek der Verenigde Nederlanden: trouwe bondgenoten tegen een elite van Raadspensionarissen en Statenlieden. De gebroeders De Witt konden er, gelyncht, gefileerd en hangend aan hun enkels, over meepraten. De toenmalige Oranjes bleken taaier dan gedacht.

Met ook hier een kroonprins als extra garantie voor de continuïteit. Vergeet de vrouwen, hoe mooi ook, we zijn hier in macholand. Opvolging alleen langs de mannelijke lijn. Wen er maar aan, Barron Trump. Of verwacht je al niet anders meer?

IJzig consequent

Het was een druilerig, rillerig schouwspel In Washington DC. Alsof alles voor en na de speech afgedekt bleef onder de koude plastic regenponcho’s. Alsof er alleen ruimte was voor gedempte beleefdheden en het incidentele enthousiasme van een juichkreet op de Mall. Alleen in de speech zat leven, grimmig leven. Iedereen die de speech kenmerkt als ‘weer een campagnespeech’ moet zijn hoofd uit het eigen struisvogelgat halen. Met zo’n woord maak je klein wat niet klein is. Ja, hij wil verkopen, maar daarom is het nog geen verkooppraatje. Trump spreekt uit wat zijn publiek wil kopen. Het laatste wat hij zal doen is zeggen dat ze dat niet mogen kopen. Nee, hij neemt op zijn manier zijn klanten doodserieus en in volle ernst vertelt hij ze wat ze willen kopen. ‘Dat kan’, zegt hij, ‘hier is het’. Opnieuw laat hij zien hoe ijzig consequent hij is in ‘the making of the deal’. De werkelijkheid zal zich daar naar voegen, niet andersom. Zijn leven lang is hij gewend slechte publiciteit voor hem te doen werken, wetend dat de media ook van hem afhankelijk zijn voor nieuws. Dat blijft hij nu doen, alleen op een veel grotere schaal.

Haalbaar

Een indrukwekkende schaal. Vergelijk je deze inaugurele rede met die van zijn voorgangers, inclusief de redes van Kennedy en Reagan, die hij tevoren schijnt te hebben bestudeerd, dan is deze rede veruit het meest concreet en actiegericht en ook nog eens, als je er in gelooft, het meest haalbaar. Aantoonbaar haalbaar, want hij heeft met zijn opmerkelijke campagne al veel bereikt:

  • ‘De vergeten mannen en vrouwen in ons land zullen niet langer vergeten worden.’ Check: gebeurt.
  • ‘Denk altijd eerst aan Amerika’, zo zegt hij. Check: haalbaar
  • ‘Zeg handelsverdragen op’. Check: haalbaar
  • ‘We zullen onze grenzen terugbrengen’. Check: haalbaar: zijn er al
  • ‘We zullen nieuwe wegen, bruggen e.d. bouwen. Check: haalbaar
  • ‘We hanteren twee simpele regels: ‘buy American, hire American’. Check: haalbaar.

Je kan er lacherig over doen (de petjes ‘Make America Great Again’ worden in Taiwan gemaakt), maar het is vele male concreter dan het ‘Yes I can’ gevoel dat Obama communiceerde. Trump laat er ook geen misverstand over bestaan dat hij direct begint:

“We will no longer accept politicians who are all talk and no action, constantly complaining but never doing anything about it. The time for empty talk is over. Now arrives the hour of action.” Je denkt dit al eerder gehoord te hebben en het als lege woorden te beschouwen. Ik ben geneigd het serieus te nemen en dan is het indrukwekkend.

Revolutie

Wie niet met liberale of Europese ogen luistert, weet dat Trump woorden aan een Amerika geeft dat echt bestaat en waar men vol instemming geluisterd zal hebben: hij zegt opnieuw wat ze denken. Dat iedereen dat even heel erg beseft voordat we de komende maanden en wellicht jaren met Trump ingaan. Het heeft de potentie van een scheiding der geesten die minstens zo groot is als in de jaren zestig en zeventig, met dien verstande dat we het nu niet hebben over een ‘silent majority’ maar over een ‘loud minority’. Een luide minderheid die om revolutie vraagt. Geen morele revolutie, maar een banenrevolutie, want zo simpel – en knap – is het door Trump platgeslagen.

Tegelijk is er die ongelofelijke andere kant: we hebben het hier in essentie over een eenmansactie. Gisteren trad geen politicus aan die echt een politiek blok vertegenwoordigt. Uit mijn bezoek aan de republikeinen in Washington DC in juli dit jaar herinner ik mij hoe sterk de paar Trump vertegenwoordigers die wij konden spreken verschilden van de ‘gewone’ republikeinen die we zagen. Denk aan het verschil tussen een CDA en VVD politici enerzijds en PVV politici anderzijds, maar dan nog een stuk sterker. Vooralsnog denk ik dat de afstand tussen Trump en zijn achterban te groot is om effectief te kunnen regeren. Net als bij Reagan zouden president en achterban alsnog tot een steviger band kunnen komen, maar Trump is geen Reagan. En tegen die tijd is de grotere schade al gedaan. Om het soort rillingen van te krijgen dat een ijsdag in Nederland nooit veroorzaakt. En over de oorzaak van die rilling wil ik het tot slot hebben, hoe abstract ook verwoord.

Gemeinschaft und Gesellschaft

Hierboven had ik het over de Oranjes en de moord op de gebroeders De Witt. Recent onderzoek geeft het vermoeden dat de rol van de stadhouder nog duisterder was dan al vermoed. Heel effectief gebruikte ze ‘het gespuis’ als middel om de rug te breken van lastige instellingen als de Staten van Holland. Het was revolutie tegen de eigen staat.
Hoe anders is dat nu. Onze Koning en Koningin zijn de echte dragers van de Staat der Nederlanden. Formeel, maar minstens zozeer informeel. Dat laatste blijkt elke Koningsdag weer. Of nog beter; bij het uitspreken van de kerstboodschap. Ook al heeft de koning geen macht meer, of juist daarom, rekenen we eigenlijk elk jaar weer op die mooie boodschap van verbinding. Het persoonlijke en het institutionele valt samen.

Of op z’n Duits gezegd: Gemeinschaft en Gesellschaft vallen samen. Via een denker als David Brooks ben ik weer eens op deze twee begrippen gewezen. Gemeinschaft richt zich op het creëren van een gemeenschap die vooral bestaat uit persoonlijke relaties die op organische wijze tot stand komen op basis van een emotionele verwantschap. Relaties komen intuïtief tot stand op basis van loyaliteit aan een groep, religie of natie. We hebben geleerd dat dit heel goed kan werken, maar op een zeker moment moeten er dingen worden georganiseer en gelegitimeerd. Dit is de wereld van de Gesellschaft, waarin alles al snel onpersoonlijker wordt en regels bewust op een abstract en onpersoonlijke manier worden geformuleerd.

De Gemeinschaft man

Trump is bij uitstek de gemeinschaft man. Gevoel en intuïtie spelen een grote rol. Hij runde zijn campagne, en nu wellicht het Witte Huis, als een familiebedrijf, als een echte clan, met bovenal loyale mensen om hem heen. Het onderscheid tussen privé en publiek lijkt voor hem niet te bestaan.

Op zich zeg ik: van mij mag ie. Misschien zijn we ook wel veel te ver doorgeslagen in het formaliseren van onze samenleving en doorgeslagen als gesellschaft. Als ik op bezoek ben bij een accountantskantoor en daar horen dat alle maaltijden boven de 25 euro eigen verboden zijn en elk informeel overleg met een klant gemeden moet worden, dan kan me dat werkelijk woedend maken. Alsof we door het onmogelijk maken van menselijk contact een betere wereld creëren: sterilisatie als doorgeslagen antwoord op het gevaar van decadentie. Maar wat Trump nu doet is weer het andere uiterste: hij wil de gesellschaft vernietigen om zijn gemeinschaft te kunnen vestigen. Zo voel ik dat. Zoals onze vorsten dat door de eeuwen heen zijn gaan begrijpen: het ene kan niet zonder het andere, net zo min als je op de ene dag de inauguratie van de gemeenschaft kunt hebben en op de andere de demonstratie van de gesellschaft. Wie dan naar het publiek gaat kijken, doet dat al snel als een bleek jongetje achter een pantserruit.

Peter Noordhoek

22-01-2017


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek